ECLI:NL:RVS:2019:3161
Raad van State
- Hoger beroep
- W.D.M. van Diepenbeek
- J. Kramer
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid weigering omgevingsvergunning voor schuilhut pony’s in Oldebroek
Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek weigerde op 31 maart 2017 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een voorlopige schuilhut voor vijf pony’s op een perceel in ’t Loo, Oldebroek, omdat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en het landschappelijk beeld zou verstoren.
De rechtbank Gelderland verklaarde het bezwaar van de appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Zowel appellant als college gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht het gelijkheidsbeginsel niet heeft geschonden, omdat de situatie van de appellant verschilt van vergelijkbare gevallen. Ook werd geoordeeld dat geen sprake was van een toezegging die recht gaf op vergunning. Het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod op willekeur faalde eveneens.
Verder vernietigde de Afdeling het deel van de uitspraak waarin het college werd veroordeeld tot het betalen van proceskosten aan de appellant, omdat de bijstand niet beroepsmatig was verleend. Het hoger beroep van de appellant werd ongegrond verklaard, dat van het college gegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en vernietigt het deel van het vonnis dat het college veroordeelde tot proceskostenvergoeding.