Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, een geschakelde woning uit 1989 met een gebruiksoppervlakte van 119 m², die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 670.000,- voor het belastingjaar 2024. Na bezwaar en handhaving van de waarde door de heffingsambtenaar, is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze heeft bepaald met behulp van de vergelijkingsmethode, waarbij vijf referentiewoningen zijn gebruikt die qua type, bouwjaar en oppervlakte vergelijkbaar zijn en recentelijk zijn verkocht. De taxatiematrix en toelichting maken inzichtelijk dat rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen.
Eiseres voert aan dat de woning onjuist is getypeerd als villa/landhuis en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en meerderheidsbeginsel, maar de rechtbank oordeelt dat deze gronden niet slagen omdat de typering geen invloed heeft op de waarde en de vergelijkingsobjecten niet identiek zijn. Ook de aangevoerde stijgingspercentages en eerdere WOZ-waarden bieden geen grond voor verlaging.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 670.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.