ECLI:NL:RBMNE:2026:1483
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid eiser in vordering tot vernietiging huurcommissie-uitspraak over aanvangshuurprijs
Eiser, woonachtig in Zweden, vorderde bij de kantonrechter vernietiging van de uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie over de aanvangshuurprijs van een kamer die door gedaagde werd gehuurd. De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was.
De kantonrechter verklaarde eiser niet-ontvankelijk omdat hij de wettelijke termijnen voor het instellen van verzet tegen de uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie niet had nageleefd. Eiser had zowel het verzet bij de huurcommissie als het verzet bij de kantonrechter niet tijdig ingesteld, ondanks zijn stelling dat hij pas later kennis had genomen van de uitspraak.
De kantonrechter oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat eiser een eerlijk proces was onthouden en dat zijn ziekte geen reden was om de termijnen te verlengen. De uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie bleef daarom in stand, en de kantonrechter stelde geen nieuwe huurprijs vast. Eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die werden begroot op nihil.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijnen, waardoor de uitspraak van de voorzitter van de huurcommissie in stand blijft.