ECLI:NL:RBMNE:2026:1522
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens joint maken en roken niet rechtsgeldig
Werknemer was werkzaam als schoonmaker bij werkgever en werd op staande voet ontslagen omdat hij volgens werkgever onder werktijd een joint had gemaakt en gerookt. Werknemer erkende het maken van de joint, maar betwistte dat dit onder werktijd gebeurde en ontkende het roken ervan. Hij stelde dat het maken van de joint tijdens zijn pauze plaatsvond op een plek waar roken was toegestaan.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat werkgever de dringende reden onvoldoende had onderbouwd en geen verweer had gevoerd. Er was geen bewijs dat werknemer onder werktijd had gerookt of dat het maken van de joint op de werkplek verboden was.
Omdat werknemer in het ontslag berustte, werd het dienstverband beëindigd per 25 augustus 2025. De kantonrechter kende werknemer een gefixeerde schadevergoeding van € 1.927,90 plus 8% vakantietoeslag toe wegens onregelmatige opzegging, evenals een transitievergoeding van € 384,76. Werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze vergoedingen en de proceskosten van € 986,00. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet was niet rechtsgeldig, werknemer krijgt schadevergoeding en transitievergoeding toegewezen.