ECLI:NL:RBMNE:2026:1522
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens joint maken onder werktijd niet rechtsgeldig
Werknemer was werkzaam als schoonmaker bij werkgever en werd op staande voet ontslagen omdat hij volgens werkgever onder werktijd een joint had gemaakt en gerookt. Werknemer erkende het maken van de joint, maar betwistte dat dit onder werktijd gebeurde; hij stelde dit tijdens zijn pauze te hebben gedaan en ontkende het roken.
De kantonrechter stelde vast dat werknemer berustte in het ontslag, maar dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was omdat werkgever de dringende reden onvoldoende had onderbouwd en geen verweer had gevoerd. Er was geen bewijs dat werknemer onder werktijd rookte of dat het maken van de joint op de werkplek verboden was.
De kantonrechter kende werknemer een gefixeerde schadevergoeding toe wegens onregelmatige opzegging van € 1.927,90 bruto plus 8% vakantietoeslag en een transitievergoeding van € 384,76. Daarnaast werd werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 986,00. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet was niet rechtsgeldig, waardoor werknemer recht heeft op schadevergoeding en transitievergoeding.