ECLI:NL:RBMNE:2026:1588
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting tempobeurs in gift wegens niet-toepasselijkheid Wsf 2000
Eiser heeft verzocht om zijn tempobeurs, die hij ontving voor zijn opleiding tussen 1995 en 2003, om te zetten in een gift vanwege zijn ADHD, een medische omstandigheid die pas in 2014 werd vastgesteld. De minister heeft dit verzoek afgewezen omdat eiser niet onder de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) valt, die de prestatiebeurs regelt en een hardheidsclausule bevat voor bijzondere omstandigheden.
De rechtbank stelt vast dat eiser een tempobeurs ontving, waarbij studiefinanciering voorwaardelijk als gift werd toegekend, afhankelijk van het behalen van studiepunten. Omdat eiser niet elk jaar voldoende studiepunten behaalde, is er een studieschuld die hij moet terugbetalen. De Wsf 2000 is niet op hem van toepassing, waardoor hij geen recht heeft op de voorzieningen voor studenten met bijzondere omstandigheden zoals opgenomen in artikel 5.16 van die wet.
De rechtbank benadrukt dat de wetgever bewust twee verschillende systemen van studiefinanciering heeft gehandhaafd zonder overgangsrecht dat de nieuwe regels ook voor tempobeursstudenten zou laten gelden. Er is geen sprake van bijzondere of zeer bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Voor tempobeursstudenten is er een aparte voorziening via het afstudeerfonds op grond van artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
Eiser kan zich daarom wenden tot de Universiteit van Amsterdam voor compensatie. Zijn beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat hij onder een ander stelsel viel dan zijn broer die in 1996 begon. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van het verzoek om omzetting van de tempobeurs in een gift wordt ongegrond verklaard.