ECLI:NL:CRVB:2008:BG1708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening prestatiebeurs voor tempobeursstudent met medische omstandigheden
Appellant verzocht op 31 augustus 2005 om een voorziening prestatiebeurs wegens medische omstandigheden van structurele aard. De IB-Groep wees dit verzoek op 9 februari 2006 af, omdat de voorziening niet geldt voor tempobeursstudenten. Het bezwaar van appellant werd op 31 maart 2006 ongegrond verklaard, met de toelichting dat tempobeursstudenten uitsluitend een beroep kunnen doen op het afstudeerfonds van hun onderwijsinstelling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond omdat de IB-Groep niet had gereageerd op de mogelijke toepassing van de hardheidsclausule. De rechtbank handhaafde echter de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, aangezien de IB-Groep in het verweerschrift aangaf dat toepassing van de hardheidsclausule niet passend was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij inmiddels een Wajong-uitkering had en dat zijn psychische aandoening pas later bekend werd. Ook stelde hij dat hij studeerde toen de Wet studiefinanciering 2000 al van kracht was. De Raad oordeelde dat deze argumenten geen nieuw gezichtspunt vormden en bevestigde dat artikel 5.16 WSF 2000 niet op hem van toepassing is vanwege zijn status als tempobeursstudent.
De Raad benadrukte dat appellant zich op grond van artikel 7.51 WHW tot zijn onderwijsinstelling had kunnen wenden, hetgeen hij ook had gedaan zonder succes. Het toekennen van een Wajong-uitkering verandert hier niets aan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om een voorziening prestatiebeurs bevestigd.