Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Procesverloop
€ 1.261.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. De heffingsambtenaar heeft eiser als eigenaar van deze woning daarbij ook aanslagen onroerendezaakbelastingen, rioolheffing en afvalstoffenheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd. Eiser is tegen deze beschikking in bezwaar gegaan.
€ 1.149.000,-.
Overwegingen
- [adres 2] , verkocht op 4 februari 2022 voor € 1.336.196,-;
- [adres 3] , verkocht op 10 februari 2022 voor € 1.360.000,-;
- [adres 4] , verkocht op 23 juni 2022 voor € 1.075.000,-.
€ 55.000,- lager wordt vastgesteld dan de opbrengst bij verkoop van deze woning op medio 2022, wat dus een waardedaling impliceert. Ook voor referentiewoning [adres 3] is op de waardepeildatum van een lagere waarde uitgegaan dan de verkoopopbrengst van de woning op 10 februari 2022. Dit duidt er volgens eiser op dat de WOZ-waarde van zijn woning ten onrechte is gestegen en dus lager had moet worden vastgesteld.
WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. Zoals de taxateur op de zitting heeft toegelicht zou de WOZ-waarde van € 1.149.000,- voor de woning in dat geval een prijs per m² gebruiksoppervlak van € 4.209,- impliceren, wat nog steeds (ruim) onder de gemiddelde prijs per m² gebruiksoppervlak van de referentiewoningen ligt en lager is dan de prijs per m² van twee van de drie referentiewoningen. Ook in dat geval is dus aannemelijk dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld.