Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A.P.M. van Weegen;
- de advocaat van de verdachte: mr. S. Makhloufi (hierna: de advocaat);
- het slachtoffer: [slachtoffer 1] .
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis.
3.Bewijs
de rechtbank begrijpt: de verdachte). Ik hoorde dat hij zei: “ [slachtoffer 1] ik ga je vermoorden." Dit herhaalde [verdachte] meerdere keren. [2]
de rechtbank begrijpt: de verdachte) stapte weg met mij in zijn armen. Hij duwde mij tegen de muur aan. [4]
(de rechtbank begrijpt: de verdachte). Ik hoorde dat hij zei: “Als ik je ergens tegenkom vermoord ik je.”.
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Toegepaste wetsartikelen
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten zoals ten laste gelegd onder de parketnummers 16/151260-25, 16/137447-25 en 16/145672-25 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart de verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor feiten 1 en 2 op de beschuldiging onder parketnummers 16/137447-25 en voor feiten 1 en 2 op de beschuldiging onder 16/145672-25;
gevangenisstrafvan
3 weken;