Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1620

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/16/606290 / JE RK 26-145
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van drie minderjarige kinderen, geboren in 2010, 2012 en 2013, die bij hun vader wonen. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en stemmen in met de verlenging. De kinderrechter heeft de zaak op de stukken afgedaan, zonder mondelinge behandeling, omdat partijen het eens zijn.

De ondertoezichtstelling is sinds 2021 van kracht en is meerdere malen verlengd, laatstelijk tot 31 maart 2026. De GI verzoekt verlenging voor een jaar, tot 31 maart 2027, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De kinderrechter toetst of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en concludeert dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen voortduurt. De hulpverlening is nog niet afgerond, met name voor de oudste minderjarige.

De ouders hebben persoonlijke problematiek die invloed heeft op de kinderen. De moeder is het afgelopen jaar wisselend in contact geweest met de kinderen, waardoor de vader de zorg draagt, met ondersteuning. Het contact tussen ouders is stroef, waardoor vrijwillige hulp onvoldoende is. De GI blijft betrokken om de ontwikkeling te monitoren en de hulpverlening voort te zetten. De kinderrechter verlengt de OTS en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen tot 31 maart 2027 en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/606290 / JE RK 26-145
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND, gevestigd te Utrecht, hierna de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 februari 2026.
1.2.
Omdat de vader en de moeder het eens zijn over toewijzing van het verzoek en hebben laten weten geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling, heeft de kinderrechter de zaak op de stukken afgedaan. De kinderrechter heeft op 19 maart 2026 een beslissing genomen. Die beslissing is op die dag telefonisch aan de GI meegedeeld. Met de GI is afgesproken dat zij de beslissing aan de vader en de moeder zou meedelen. Deze beschikking is een schriftelijke uitwerking van die beslissing.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. De GI heeft de kinderrechter laten weten dat de kinderen geen behoefte hebben aan een gesprek.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 maart 2021 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht gesteld tot 23 juni 2021. Bij beschikking van 31 maart 2021 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van diezelfde datum onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 18 maart 2025 tot 31 maart 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder heeft in haar e-mail van 18 maart 2026 aan de GI laten weten dat zij het eens is met het verzoek van de GI en geen zitting wenst.
4.2.
De vader heeft in een bericht van 18 maart 2026 aan de GI laten weten dat hij het eens is met het verzoek van de GI en geen zitting wenst.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar, tot 31 maart 2027. De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hierna legt de kinderrechter uit waarom zij deze beslissing neemt.
De toelichting
5.2.
Uit de stukken volgt dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan (artikel 1:255 jo Pro. 1:260 van het Burgerlijk Wetboek).
5.3.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog niet volledig behaald. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben in het verleden veel meegemaakt. Inmiddels gaat het langzaamaan beter met zowel [minderjarige 2] als [minderjarige 3] . Over [minderjarige 1] zijn er nog zorgen. Zijn hulpverleningstraject bij de Weg van de Held is nog niet afgerond.
5.4.
Er is sprake van een belast verleden en beide ouders hebben persoonlijke problematiek. Dit heeft invloed op de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Door haar eigen problematiek is de moeder het afgelopen jaar afwisselend in contact geweest met de kinderen. De vader draagt hierdoor alleen de zorg voor de kinderen. Hij doet hiervoor erg zijn best, maar heeft wel hulp nodig om voldoende structuur en stabiliteit te kunnen bieden. De vader pakt al deze hulp aan.
5.5.
Uit deze zorgen volgt dat het belangrijk is dat de GI het komende jaar betrokken blijft, zodat de jeugdbeschermer de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] kan blijven monitoren. De vader en de moeder zijn het ook eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij hebben op dit moment nog steeds stroef contact met elkaar waardoor het vrijwillig kader niet voldoende is om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] weg te nemen. Het is in het belang van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] dat de jeugdbeschermer betrokken blijft bij het gezin zodat de huidige hulpverlening kan worden voortgezet en het contact tussen de ouders wordt gemonitord.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] tot 31 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.