8.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit in de primaire beschuldiging heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.3.3 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de primaire beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid van het feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid van verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
-
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 (tachtig) uren;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;
-
ontzegt de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;
-
bepaalt dat de ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
benadeelde partij [slachtoffer 1]
- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 1.500,-, als vergoeding voor immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan deze benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte ook in de proceskosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft gemaakt en voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken; deze kosten zijn tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
€ 1.500,-aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2024 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij
[slachtoffer 1] dan wel aan de Staat heeft vergoed;
benadeelde partij [benadeelde]
- verklaart benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van deze benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt;
Dit vonnis is gewezen door mr. N.P.J. Janssens, voorzitter, mr. L.C. Michon en
mr. F.F. Geerdink, rechters, in tegenwoordigheid van A. van der Zwan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 januari 2026.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Utrecht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een snorfiets, daarmede rijdende over de weg, 't Goylaan en Socrateslaan, op de kruising met Jutfaseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- onvoldoende rechts te rijden en bij het afslaan naar links niet het verplichte fietspad heeft gevolgd, maar de rijbaan is opgereden en daarbij een doorgetrokken streep heeft doorkruist,
- vervolgens geen voorrang heeft verleend aan van rechts komend verkeer
- en bij het afslaan de binnenbocht heeft genomen en daardoor onvoldoende rechts heeft gehouden,
waardoor hij in botsing is gekomen met een ander voertuig, door welk verkeersongeval
- [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel, te weten intracranieel letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de
uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan
- [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten een beenfractuur, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan
(art 6 Wegenverkeerswet 1994)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Utrecht als bestuurder van een voertuig (snorscooter), daarmee rijdende op de weg, 't Goylaan en Socrateslaan, op de kruising met Jutfaseweg,
- onvoldoende rechts heeft gereden en bij het afslaan naar links niet het verplichte fietspad heeft gevolgd, maar de rijbaan is opgereden en daarbij een doorgetrokken streep heeft doorkruist,
- vervolgens geen voorrang heeft verleend aan van rechts komend verkeer
- en bij het afslaan de binnenbocht heeft genomen en daardoor onvoldoende rechts heeft gehouden,
waardoor hij in botsing is gekomen met een ander voertuig, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
(art 5 Wegenverkeerswet 1994)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Utrecht als bestuurder van een snorfiets rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, 't Goylaan en Socrateslaan, op de kruising of splitsing van die weg met de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), Jutfaseweg, een voor hem van rechts komende bestuurder van een driewielig motorrijtuig geen voorrang heeft verleend, immers die bestuurder niet in staat heeft gesteld ongehinderd haar weg te vervolgen, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht
(art 15 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990).