Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.De op te leggen straf
6.Vorderingen door benadeelde partijen
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 (tachtig) uren;
ontzegt de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden;
bepaalt dat de ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan deze benadeelde partij, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2024 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte ook in de proceskosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft gemaakt en voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken; deze kosten zijn tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
- verklaart benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van deze benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt;