Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. D.M.A. van der Zwan;
- de advocaat van de verdachte: mr. M.W.J. Rosendaal;
- mevrouw [A] , medewerker van Kwintes.
2.Tenlastelegging
op 2 januari 2024 in Bunnik
haar minderjarige nichtje, [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 2] 2016, heeft verworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting, en
door misbruik van feitelijke omstandigheden, voortvloeiend uit overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of heeft bewogen om zich beschikbaar te stellen tot het plegen van een winkeldiefstal.
: op 2 januari 2024 in Bunnik samen met een ander winkelgoederen heeft gestolen bij [bedrijf].
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 9 december 2025;
- het proces-verbaal van aangifte van [bedrijf] B.V.;
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Toegepaste wetsartikelen
7.De beslissing
een gevangenisstraf van 4 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een taakstraf van 100 uren;
in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.