Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1752

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/5896
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens vertraagde Woo-beslissing

Verzoekster, een besloten vennootschap, diende op 10 oktober 2025 een beroep in tegen het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) omdat het bestuursorgaan niet tijdig had beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Op 30 oktober 2025 nam het COA alsnog een besluit op het Woo-verzoek, waarna verzoekster haar beroep introk en een vergoeding van proceskosten vorderde. Het COA reageerde niet op dit verzoek.

De rechtbank oordeelde dat het beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen. Gezien het uitblijven van bezwaar van het COA, veroordeelde de rechtbank het bestuursorgaan tot betaling van proceskosten van € 467,- aan verzoekster. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 385,- rechtstreeks door het bestuursorgaan aan verzoekster moet worden vergoed.

Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 467,- aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens vertraagde Woo-beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/5896

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J.J.M. Peters),
en

Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoekster heeft ingediend op 10 oktober 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft op 30 oktober 2025 alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoekster. Verzoekster heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen. [1]
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster het beroep heeft ingesteld omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om informatie. Met het besluit van 10 oktober 2025 heeft verweerder alsnog beslist op dit verzoek. Daarmee is verweerder tegemoetgekomen aan verzoekster. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoekster om vergoeding van proceskosten. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5 [2] ).
5. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.