ECLI:NL:RBMNE:2026:1770
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelde dat verweerder niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres tijdig beroep heeft ingesteld nadat verweerder in gebreke was gesteld.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt dat de uiterlijke beslistermijn voor verweerder op 6 januari 2027 ligt. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen, wordt hem opgedragen dit alsnog binnen deze termijn te doen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026. De griffier was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.