ECLI:NL:RBMNE:2026:179

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/936
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding proceskosten na compromis

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar van de gemeente, waarin de waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2023 was vastgesteld op €593.000. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

Tijdens de mondelinge behandeling op 15 januari 2026 bereikten partijen een compromis over de waarde van de woning, waarbij werd afgesproken de waarde te verlagen naar €580.000. Tevens werd overeengekomen dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd. Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar de proceskosten van eiser vergoedt conform de richtsnoer, inclusief het griffierecht.

De rechtbank volgde dit compromis en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en legde de nieuwe waarde en proceskostenvergoeding vast. Hiermee werd het geschil definitief beslecht zonder verdere inhoudelijke beoordeling van de waarde. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter M.W.A. Schimmel in aanwezigheid van griffier M.S.D. de Weerd.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €580.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd met vergoeding van proceskosten aan eiser.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 24/936

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

15 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde A. Oosters)
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente](heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: M.C.M. van Roon).

Procesverloop

1. In de beschikking van 31 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 593.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf wordt gehanteerd.
2. Eiser heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 28 november 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd.
3. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix.
4. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en
[A] , taxateur.

Overwegingen

5. Partijen hebben op de zitting bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Afgesproken is dat de waarde van de woning naar de peildatum € 580.000,- is en dat de aanslag overeenkomstig moet worden verminderd. De rechtbank heeft geen reden gezien om partijen hierin niet te volgen.
6. Op de zitting is ook afgesproken dat de heffingsambtenaar de proceskosten van eiser vergoedt conform de Richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven. Dat is een bedrag van € 3.328,26, zijnde de som van de proceskosten in bezwaar van 2 x € 666,- voor het bezwaarschrift en de hoorzitting, de proceskosten in beroep van 2x € 934,- voor het beroepschrift en het bijwonen van de zitting en met wegingsfactor 1 en € 128,26 voor het ingediende taxatierapport. Ook vergoedt de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- verlaagt de waarde van de woning voor het belastingjaar 2023 tot € 580.000,-;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
€ 3.328,26;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026 door
mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit proces-verbaal is verzonden op de stempeldatum die hierboven staat.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.