ECLI:NL:RBMNE:2026:179
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding proceskosten na compromis
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar van de gemeente, waarin de waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2023 was vastgesteld op €593.000. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit bezwaar werd door de heffingsambtenaar ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de mondelinge behandeling op 15 januari 2026 bereikten partijen een compromis over de waarde van de woning, waarbij werd afgesproken de waarde te verlagen naar €580.000. Tevens werd overeengekomen dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd. Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar de proceskosten van eiser vergoedt conform de richtsnoer, inclusief het griffierecht.
De rechtbank volgde dit compromis en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, en legde de nieuwe waarde en proceskostenvergoeding vast. Hiermee werd het geschil definitief beslecht zonder verdere inhoudelijke beoordeling van de waarde. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter M.W.A. Schimmel in aanwezigheid van griffier M.S.D. de Weerd.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €580.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd met vergoeding van proceskosten aan eiser.