RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16.224141.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 april 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1981 in [geboorteplaats] (Somalië),
adres: [adres] in ( [postcode] ) [plaats] ,
op dit moment gedetineerd in P.I. [locatie] ,
(hierna: de verdachte).
De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 8 april 2026. Op de zitting waren aanwezig:
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. M.L. Kruit;
- de advocaat van de verdachte: mr. R. Schreudering (hierna: de advocaat);
- de advocaat van de benadeelde partij ( [aangeefster] ): mr. G.S. Jongstra.
De officier van justitie beschuldigt -na wijziging van de tenlastelegging- de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
in de periode van 12 augustus 2025 en 15 augustus 2025 in Woudenberg met opzet [aangeefster] van haar vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden;
feit 2
in de periode van 12 augustus 2025 en 15 augustus 2025 in Woudenberg [aangeefster] (primair) zwaar heeft mishandeld, dan wel (subsidiair) dat heeft geprobeerd, dan wel (meer subsidiair) [aangeefster] heeft mishandeld.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.
3.1 Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt dat kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangeefster [aangeefster] en dat hij zich schuldig gemaakt heeft aan zware mishandeling van [aangeefster] .
3.2. Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt om de verdachte vrij te spreken van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3. Oordeel van de rechtbank
De rechtbank leidt uit bewijsmiddelen, die in bijlage II van dit vonnis staan, het volgende af.
Aangeefster [aangeefster] (hierna: aangeefster) verklaart dat zij door de verdachte in de periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025 tegen haar wil vastgehouden werd in de woning van de verdachte in Woudenberg en dat de verdachte haar dwong om met hem naar de Kruidvat en naar het Henschotermeer te gaan. Zij verklaart dat zij toen (in zijn woning) meermalen tegen haar hoofd en in haar gezicht is geslagen en gestompt, zij meermalen door de verdachte aan haar haren getrokken is, dat de verdachte haar keel dicht geknepen heeft waardoor zij niet kon ademhalen, dat de verdachte haar met een mes in de keel en over haar lichaam heeft gesneden, dat hij meerdere sigaretten en joints op haar borsten uitgedrukt heeft en dat zij tegen haar zin naakt door zijn woning heeft moeten lopen. Verder verklaart zij dat de verdachte gedreigd heeft haar te zullen doden, haar neer te steken, een ‘scarface’ van haar te zullen maken en dat hij haar kapot gaat maken. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat de verdachte voortdurend in haar nabijheid bleef en dat hij haar continu belde op de momenten waarop hij niet in haar nabijheid was.
De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster over wat volgens haar in de periode tussen 12 augustus 2025 en 15 augustus 2025 in de woning van de verdachte en op weg naar/bij het Kruidvat en het Henschotermeer gebeurd is. Zij is in haar verklaringen hierover duidelijk en specifiek over de gedragingen/geweldshandelingen van de verdachte richting haar. Dat zij wisselend verklaard heeft over de aanloop naar 12 augustus 2025 doet niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen over de periode van 12 augustus en 15 augustus 2025.
Daar komt bij dat haar verklaringen op essentiële onderdelen ondersteund worden door het bij haar geconstateerde letsel; letsel dat volgens de deskundige past bij haar verklaring over het ontstaan daarvan. Ook de resultaten van het forensisch onderzoek passen bij haar verklaringen. Daaruit blijkt dat op verschillende plekken in de woning sporen aangetroffen zijn waarbij tests een indicatie voor bloed geven en waarin het DNA van aangeefster is aangetroffen, op plekken die passen bij wat aangeefster verklaard heeft over het door de verdachte gepleegde geweld. Het sporenbeeld (zigzag patroon) past bij het schoonvegen van een bebloede bank. Ook dit is in lijn met wat aangeefster verklaard heeft.
Volgens de verdachte is het bloed op die plekken op de bank terecht gekomen doordat hij op de bank regelmatig seks gehad heeft met aangeefster, ook op dagen dat zij ongesteld was. De rechtbank vindt deze verklaring volstrekt ongeloofwaardig. Het verklaart bijvoorbeeld niet hoe het kan dat er bloed van aangeefster aan de kopse kant van een hoekdeel van de bank aangetroffen is, dus tussen twee delen van de bank.
Het scenario van de verdachte dat aangeefster het letsel al had toen zij bij de verdachte thuis aankwam, is niet aannemelijk. Gezien de aard en de ernst van het letsel (waaronder een gebroken rib en brandplekken op haar borsten) had het in dat geval voor de hand gelegen om nog diezelfde avond dan wel in ieder geval de volgende dag een arts te bezoeken en niet nog een aantal dagen te wachten en in de tussentijd nog twee keer naar het Henschotermeer te gaan.
Feit 1 – bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte met het door hem richting aangeefster uitgeoefende geweld, de dreiging met geweld en met het voortdurend in de nabijheid van aangeefster verkeren een zodanig bedreigende situatie voor aangeefster gecreëerd, dat zij zich daardoor niet langer meer vrij voelde om de woning van de verdachte te verlaten en zij zich daardoor eveneens gedwongen voelde om met de verdachte naar de Kruidvat en het Henschotermeer te gaan.
De rechtbank vindt op basis hiervan wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte aangeefster in de periode tussen 12 augustus 2025 en 15 augustus 2025 wederrechtelijk van haar vrijheid beroofd heeft en beroofd heeft gehouden.
Feit 2 – vrijspraak primair, bewezenverklaring subsidiair
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de aan hem onder feit 2 primair ten laste gelegde zware mishandeling, omdat niet is komen vast te staan dat het door de verdachte toegebrachte letsel bij aangeefster moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Wat de rechtbank uit het dossier en het onderzoek op de zitting is gebleken over de aard van het letsel en het uitzicht op volledig herstel is ontoereikend om het letsel aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank acht wel bewezen dat de verdachte geprobeerd heeft om aan aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, op basis van de bewezen geweldshandelingen en het daardoor ontstane letsel. De rechtbank oordeelt dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig gemaakt heeft aan het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
hij, op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025, te [plaats] ,
althans in Nederland,opzettelijk [aangeefster] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en
/ofberoofd gehouden, door
- die [aangeefster] tegen haar wil in de woning (gelegen aan de [adres] ) vast te houden,
althans te belemmerenen
/ofte verhinderen de woning te verlaten en
/of
- die [aangeefster] meermalen
, althans eenmaal,te dwingen met hem mee te gaan naar een locatie buiten de woning (het Henschotermeer en
/ofde Kruidvat) en
/of
- die [aangeefster] meermalen,
althans eenmaal,met de dood en
/ofhet neersteken met een mes te bedreigen en
/of
- die [aangeefster] meermalen
, althans eenmaal,in/tegen het gezicht,
althans het hoofd,te slaan en
/ofte stompen en
/of
- die [aangeefster] meermalen
, althans eenmaal,aan haar haren te trekken en
/of
- meermalen,
althans eenmaal,met kracht de keel van die [aangeefster] dicht te drukken en
/ofdie [aangeefster] gedurende enige tijd de ademhaling te beletten en/
ofte belemmeren en
/of
- meermalen,
althans eenmaal,een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in/tegen het gezicht en
/ofde hals/keel en
/ofde borst(en) en
/ofde hand(en),
althans het lichaam,van die [aangeefster] te drukken/snijden en
/of(daarbij) te zeggen dat hij, verdachte, een scarface van die [aangeefster] gaat maken en
/ofhaar echt kapot gaat maken,
althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekkingen
/of
- die [aangeefster] meermalen
, althans eenmaal,te slaan en
/ofstompen tegen het lichaam en
/of
- die [aangeefster] langere tijd naakt rond te laten lopen en
/of
- meermalen
, althans eenmaal, (een)sigaret
(ten
)en
/ofjoint
(s
)(uit) te drukken op de borsten,
althans het lichaamvan die [aangeefster] ;
feit 2 subsidiair
hij, op één of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025 te Woudenberg ,
althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster] , zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [aangeefster] meermalen,
althans eenmaal,in/tegen het gezicht,
althans het hoofd,heeft geslagen en/of gestompt en
/of
- die [aangeefster] meermalen,
althans eenmaal,heeft geslagen en
/ofgestompt tegen het lichaam en
/of
- meermalen
, althans eenmaal,met kracht de keel van die [aangeefster] dicht te drukken en
/ofdie [aangeefster] gedurende enige tijd de ademhaling te beletten
en/of te belemmeren en
/of
- meermalen,
althans eenmaal, (een)sigaret
(ten
)en
/ofjoint
(s
)heeft (uit)gedrukt op de borsten,
althans het lichaamvan die [aangeefster] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.
4. Kwalificatie en strafbaarheid
4.1. Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
feit 1
opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven/beroofd houden;
feit 2 subsidiair
poging tot zware mishandeling.
4.2. Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.
5.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een gevangenisstraf van twee jaar, met aftrek van het voorarrest.
De officier van justitie eist dat aan de verdachte wordt opgelegd:
- tbs met dwangverpleging;
- een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr) voor de duur van 5 jaar, te vervangen door 2 weken vervangende hechtenis voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van één jaar.
De officier van justitie eist dat het contactverbod direct na de uitspraak ingaat (dadelijk uitvoerbaar is).
5.2. Standpunt van de verdediging
De advocaat wijst erop dat de verdachte op 2 april 2026 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld is tot een lange gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging opgelegd is. Er is geen sprake van een patroon, omdat de zaken waarvoor de verdachter door het gerechtshof veroordeeld is niet onherroepelijk zijn. Tot slot stelt de raadsman dat tbs met dwangverpleging als ultimum remedium beschouwd moet worden. Bij de verdachte kan geen diagnose gesteld worden. De verdachte kan in het kader van tbs met voorwaarden verplicht worden om mee te werken aan behandeling en diagnose.
5.3. Oordeel van de rechtbank
Ernst van de feiten
De verdachte heeft aangeefster van 12 tot en met 15 augustus 2025 van haar vrijheid beroofd gehouden en heeft haar in die periode meerdere malen geslagen en gestompt in haar gezicht en op haar lichaam, haar met een mes gesneden, haar keel dichtgeknepen, dreigende woorden geuit en sigaretten op haar borsten uitgedrukt. Op de foto’s in het dossier is een vrouw te zien met blauwe plekken, brandplekken op haar borsten en letsel over en op haar hele lichaam. Dit alles moet voor aangeefster een zeer beangstigde en bedreigende situatie geweest zijn, zeker omdat zij in haar slachtofferverklaring schrijft dat dit is gedaan door de man van wie zij hield. Uit haar verklaring blijkt ook hoe zij iedere dag nog worstelt met de psychische en lichamelijke gevolgen van wat de verdachte haar in die dagen heeft aangedaan en hoe bang zij nog iedere dag voor de verdachte is.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het strafblad van de verdachte van 21 januari 2026 blijkt dat de verdachte al eerder veroordeeld is voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank weegt dit mee in het nadeel van de verdachte.
De rapporten van de deskundigen
De rechtbank overweegt dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in het arrest van 2 april 2026 in de zaken tegen de verdachte met parketnummers 21-001044-23 en 21-000247-24 is ingegaan op de persoon van de verdachte. De rechtbank citeert hieronder de belangrijkste passages van het arrest van het gerechtshof op dit punt.
“Er zijn verschillende rapporten en adviezen uitgebracht over de verdachte. Het hof bespreekt in het navolgende de meest recente. In deze rapporten en adviezen zijn ook de eerder uitgebrachte rapporten en adviezen meegenomen.
Op 14 april 2025 hebben psychiater [psychiater 1] en GZ-psycholoog [psycholoog] , allebei verbonden aan het Pieter Baan Centrum, een pro Justitia rapportage uitgebracht. De verdachte heeft zijn medewerking aan het onderzoek geweigerd. De psychiater en psycholoog haalden informatie uit de beschikbare stukken, het milieuonderzoek en de groepsobservatie. Psycholoog [psycholoog] beschrijft dat vanuit de beschikbare informatie en (beperkte) huidige observaties kan worden aangesloten bij de rapporteurs die in eerste aanleg over de verdachte rapporteerden. Er komt naar voren dat er aanwijzingen zijn voor een persoonlijkheidsstoornis met zowel antisociale als narcistische kenmerken (o.a. antisociaal en schijnbaar opportunistisch gedrag, het overgaan van grenzen van anderen, verhoogde krenkbaarheid, geen verantwoordelijkheid nemen voor het eigen gedrag, externaliseren, zeer positief, onrealistisch zelfbeeld, gebrekkig ontwikkelde empathische en affectieve vermogens). Om te onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van een stoornis in de persoonlijkheid is het volgens [psycholoog] van belang om een volledig beeld te krijgen van de ontwikkeling van de verdachte en van gedragspatronen. Tot het moment van het rapport is er volgens [psycholoog] geen goed beeld ontstaan van de ontwikkeling van de verdachte, wat er in hem omgaat en wat hem beweegt. Er wordt wel een patroon gezien van problemen met justitie en in relaties met/het contact met vrouwen, maar het is niet mogelijk geweest om hier in het PBC onderzoek naar te doen.
(…)
Psychiater [psychiater 1] geeft aan dat in de context van mogelijke persoonlijkheids-problematiek van de verdachte verder alleen herhaald kan worden wat de pro Justitia-rapporteurs in 2022 al hebben geschreven. Hij vermeldt verder dat de verdachte een forse justitiële voorgeschiedenis heeft die wordt gekenmerkt door een reeks ernstige (gewelds) delicten, waaronder (zware) mishandeling, huiselijk geweld, mensenhandel en bezit vuurwapens. De tenlastegelegde feiten (indien bewezen) lijken een voortzetting te zijn van deze voorgeschiedenis. Bij herhaling wordt door reclassering en gedragsdeskundigen geopperd dat er bij betrokkene sprake zou kunnen zijn van zogenaamde cluster B problematiek, een gestoorde persoonlijkheidsontwikkeling of anders geformuleerd persoonlijkheidsproblematiek met antisociale en narcistische trekken. [psychiater 1] geeft aan dat de onderzoekers ook in dit onderzoek niet verder zijn gekomen dan de informatie die al bekend was, omdat de verdachte niet wenste mee te werken aan het onderzoek.
De onderzoekers geven samen aan dat het niet mogelijk was om met de verdachte over de tenlastegelegde feiten te spreken, omdat de verdachte het onderzoek weigerde. Door het gebrek aan eigen onderzoek kunnen de onderzoekers verder geen beschouwing over het tenlastegelegde. In algemene zin kan gezegd worden dat er sprake lijkt te zijn van een patroon van problemen in de relaties met vrouwen, waarbij betrokkene er telkens van wordt verdacht (ernstig) (seksueel) geweld te gebruiken. In het kader van de vraagstelling beschrijven [psycholoog] en [psychiater 1] dat, aansluitend maar zeker niet conclusief, bij de in het pro Justitia onderzoek uit 2022 uitgesproken vermoedens voor een persoonlijkheidsproblematiek met antisociale en narcistische trekken, enkele observaties zijn gedaan die mogelijk daarbij aansluitend, zoals dat de verdachte zich devaluerend, functioneel en afwijzend kan opstellen als er niet aan zijn verwachtingen wordt voldaan. Kijkend naar de feiten, wanneer de onderzoekers onderzoek hadden kunnen doen, zouden de tenlastegelegde feiten kunnen passen in een breed scala aan delictdynamiek van functioneel instrumenteel gedrag tot seksueel sadisme, waarbij de modus operandi overwegend overkomt als controlerend, mogelijk vanuit jaloersheid, maar ook devaluerend en denigrerend. Er lijkt sprake van een gewelddadig patroon met een seksuele component, waarbij er geen beschermende factoren zijn. Door de weigering van de verdachte om mee te werken aan het onderzoek kunnen de onderzoekers geen uitspraken doen over de mate van doorwerking van eventuele pathologie in het tenlastegelegde en kunnen zij geen advies formuleren ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid, geen inschatting maken van het gedragskundig bepaalde recidiverisico en geen advies geven over hoe een eventueel recidiverisico kan worden verlaagd.
Op 19 november 2025 heeft de reclassering een advies uitgebracht. De reclassering concludeert dat er sprake is van een zorgelijk patroon van vrouwelijke slachtoffers die aangifte doen van partnergeweld, waarbij uit de diverse procesdossiers blijkt dat er ook seksuele dwang zou worden uitgeoefend. De verdachte ontkent problemen die gerelateerd zijn aan de diverse aangiften en legt de schuld buiten zichzelf. Het delictgedrag, indien bewezen, in combinatie met de houding van de verdachte baart de reclassering grote zorgen. De verdachte toont zich tot op heden niet gemotiveerd voor enige vorm van behandeling.”
Bovengenoemd Pro Justitia rapport en reclasseringsadvies maken ook onderdeel uit van het procesdossier in de onderhavige zaak.
Op 4 september 2025 is de verdachte in het kader van een trajectconsult bezocht door [psychiater 2] , psychiater. Het huidige ten laste gelegde toont volgens deze psychiater duidelijk parallellen met het ten laste gelegde waarvoor getracht is betrokkene te onderzoeken in het PBC, namelijk geweld naar een vrouw, al dan niet in de relationele sfeer. De verwachting dat hernieuwd gedragsdeskundig onderzoek, vijf maanden na oplevering van het PBC-rapport, gaat leiden tot andere of meer verregaande conclusies dan reeds beschreven, wordt a priori als schraal ingeschat.
Tot slot heeft de reclassering op 25 maart 2026 in deze strafzaak een advies over de verdachte uitgebracht. Er is volgens de reclassering sprake van een zorgelijk patroon waarbij vrouwelijke slachtoffers aangifte doen van partnergeweld door de verdachte, waarbij uit de diverse procesdossiers blijkt dat er ook seksuele dwang zou worden uitgeoefend. De verdachte heeft een forse justitiële voorgeschiedenis waarop zowel openlijke- als heimelijke delicten zichtbaar zijn. Een combinatie van beide is zorgelijk. Al jaren ontkent de verdachte enige vorm van problemen die gerelateerd zijn aan de diverse aangiften en hij legt de schuld steevast buiten zichzelf. Het delictgedrag, indien bewezen, in combinatie met de houding van de verdachte baart de reclassering grote zorgen. De verdachte toont zich tot op heden niet gemotiveerd voor enige vorm van behandeling.
Door de reclassering wordt de kans op relationeel geweld en letselschade ingeschat als hoog. Ook wordt op basis van de aanwezige risicofactoren een hoog risico geconstateerd op zeer ernstig of dodelijk geweld. Inzet op recidivebeperking vanuit een deels voorwaardelijke straf acht de reclassering vanwege de hoge risico’s en de lage responsiviteit onhaalbaar.
De reclassering schat het risico op relationeel geweld door de verdachte op zowel de korte- als de lange termijn hoog in. Deze inschatting is gebaseerd op de ernst van het relationele geweld en zijn psychosociale aanpassing. De verdachte lijkt al jaren kwetsbare slachtoffers te kiezen. De reclassering constateert daarnaast diverse risicofactoren die de kans op dodelijke geweld (femicide) verhogen. Het risico op onttrekken aan bijzondere voorwaarden wordt hoog ingeschat aangezien de verdachte niet openstaat voor de door de reclassering geïndiceerde interventies.
De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden. Er worden geen mogelijkheden gezien om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag te veranderen. Vanwege de ernst van de strafbare feiten, het hoge risico op recidive en geweld en het ontbreken van probleembesef wordt niet verwacht dat een voorwaardelijk kader in welke vorm dan ook tot gedragsverandering zal leiden. Als de rechtbank komt tot een bewezenverklaring – en zich baseert op het gegeven dat er aanwijzingen naar voren zijn gekomen voor narcistische- en antisociale trekken, dan zou een terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging overwogen kunnen worden. Voordeel is dat de verdachte lang en intensief kan worden behandeld en gevolgd. Ook krijgt de verdachte in dit kader met zijn ontkennende proceshouding toch de noodzakelijke behandeling en kan aan behandeldoelen gewerkt worden om het recidiverisico effectief te verminderen. Nadeel is de verwachting dat met zijn ontkennende proceshouding behandeling een lange adem nodig heeft bij mogelijk minimale effecten, waardoor hij mogelijk langdurig in dit gedwongen kader verblijft.
De rechtbank stelt – met het gerechtshof – vast dat in het verleden verschillende keren geprobeerd is om meer informatie over de geestesgesteldheid en de achtergrond van de verdachte te krijgen. Dat is telkens echter niet gelukt als gevolg van de weigerachtige houding van de verdachte. Op basis van de informatie die wel voorhanden is, is de rechtbank van oordeel dat er al veel langer aanwijzingen bestaan voor de aanwezigheid van een psychische (persoonlijksheids)stoornis met zowel antisociale als narcistische kenmerken bij de verdachte. De feiten waarvoor de verdachte op 2 april 2026 door het gerechtshof veroordeeld is speelden zich af in relatie tot (ex-)partners. In die zaken was sprake van drie verschillende kwetsbare vrouwelijke slachtoffers, waarbij de verdachte telkens fors en ernstig geweld tegen hen gebruikt heeft. En net als in de onderhavige zaak lijkt in die zaken de aanleiding te liggen in achterdocht en jaloezie als gevolg van vermoedens dat de vrouwelijke slachtoffers contact hadden met een andere man. De rechtbank ziet hierin een duidelijk en zichtbaar patroon naar voren komen van problemen in relaties met vrouwen, dat nog eens wordt versterkt door de eerdere veroordelingen voor eveneens zeer ernstige strafbare feiten. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat eerder aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straffen, waaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld waren, de verdachte niet hebben weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten. Integendeel, de verdachte legt de schuld en de verantwoordelijkheid bij anderen en houdt vast dat er met hem niets aan de hand is en dat geen sprake is van (psychische) problemen.
De rechtbank concludeert gelet op het voorgaande – eveneens als het gerechtshof – dat de verdachte ten tijde van het begaan van de ten laste gelegde feiten leed en nog steeds lijdt aan een niet nader gespecifieerde persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank is van oordeel dat deze stoornis ook het handelen van de verdachte ten tijde van het begaan van de bewezenverklaarde feiten op enige wijze beïnvloed heeft, zodat de rechtbank de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar acht.
Strafmaat
Bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf en/of maatregel houdt de rechtbank rekening met wat zij hiervoor overwogen heeft over de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Gelet op de aard en de ernst van de door de verdachte jegens het slachtoffer gepleegde strafbare feiten, is de rechtbank van oordeel dat alleen kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank ziet op basis van de eerder aan de verdachte opgelegde (voorwaardelijke) straffen en de adviezen van de reclassering geen mogelijkheden meer om aan de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met bijzondere voorwaarden, op te leggen. De rechtbank acht een behandeling binnen een vrijwillig kader een gepasseerd station.
De rechtbank legt gelet op dit alles aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren op, met aftrek van de tijd door de verdachte in voorarrest is doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de straf
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
Maatregel terbeschikkingstelling
De rechtbank zal aan de verdachte ook de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opleggen.
De rechtbank stelt voorop dat aan vier voorwaarden moet zijn voldaan, wil aan de verdachte op grond van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht tbs kunnen worden opgelegd. In de eerste plaats dient bij de verdachte ten tijde van het begaan van het strafbare feit sprake te zijn van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Uit wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen, volgt dat aan dit vereiste is voldaan.
In de tweede plaats moet het betreffende feit een misdrijf zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, dan wel te behoren tot een van de misdrijven zoals specifiek in de wet (artikel 37a eerste lid, onder 2 Sr) vermeld. Hieraan is bij een wederrechtelijke vrijheidsberoving en een poging tot zware mishandeling voldaan.
In de derde plaats moet de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eisen. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat sprake is van een hardnekkig patroon van fors geweld tegen vrouwen, de verdachte tot op heden geen enkel delictsbesef heeft getoond, gebleken is dat de verdachte weer (een) relatie is aangaan met een vrouw en het bewezen verklaarde handelen verschillende elementen bevat die worden beschouwd als risicofactoren voor verder escalerend (en potentieel dodelijk) geweld tegen (ex-)partners.
Ten slotte kan tbs enkel worden opgelegd nadat de strafrechter zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht. Met de hiervoor beschreven pro Justitia rapportage van het Pieter Baancentrum is aan dit vereiste ook voldaan.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het noodzakelijk is om aan de verdachte tbs op te leggen.
Vervolgens rijst de vraag in welke vorm dit moet worden opgelegd: met bevel tot verpleging van overheidswege of met voorwaarden. De rechtbank deelt niet de opvatting van de raadsman dat oplegging van de maatregel van tbs met dwangverpleging als een ultimum remedium moet worden beschouwd. Het gaat om de vraag of de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen dat eist. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in het geval van de verdachte sprake, omdat eerdere behandelingen binnen een minder dwingend kader niet tot gedragsverandering hebben geleid en de reclassering de kans op herhaling inschat als hoog, waarbij door de reclassering zelfs wordt gevreesd voor dodelijk geweld. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen andere mogelijkheden om de veiligheid van anderen en algemene veiligheid van personen te beschermen dan met oplegging van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De rechtbank overweegt dat de op te leggen maatregel niet op voorhand is gemaximeerd, omdat deze wordt opgelegd ter zake van misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging van overheidswege kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.
Vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank zal ter voorkoming van strafbare feiten jegens [aangeefster] aan de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen, te weten een contactverbod met [aangeefster] . De grondslag voor deze maatregel is artikel 38v Sr. De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van vijf jaren. Per overtreding van het contactverbod kan 14 dagen hechtenis worden opgelegd, tot een maximum van in totaal 12 maanden.
De rechtbank acht het noodzakelijk dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Gelet op de aard van de feiten jegens [aangeefster] en het advies van de reclassering, is de rechtbank namelijk van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen/zich belastend zal gedragen jegens [aangeefster] . Daarom zal zij bevelen dat het contactverbod dadelijk uitvoerbaar is.
6. In beslag genomen voorwerpen
6.1. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verbeurdverklaring van het bankstel, de kussens, de drie dekens en de mobiele telefoon. De officier van justitie vordert onttrekking aan het verkeer van de hashish, het wapen (balletjespistool) en het mes.
6.2. Standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt om teruggave van het bankstel, de kussens en de twee dekens.
6.3. Oordeel van de rechtbank
Verbeurdverklaring
De rechtbank zal het in beslag genomen bankstel, de kussens en de dekens verbeurd verklaren. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezen verklaarde feiten begaan.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank zal de in beslag genomen hashish, het wapen en het mes onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten aangetroffen. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de mobiele telefoon van het merk Denver, omdat niet blijkt dat het hier gaat om een voorwerp waarmee het feit is begaan dan wel met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid.
7. Vordering benadeelde partij
7.1. Vordering van de benadeelde partij [aangeefster]
heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 27.300,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder verzoekt de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
7.2. Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade deugdelijk onderbouwd is en in zijn geheel voor toewijzing vatbaar is.
7.3. Standpunt van de verdediging
De raadsman stelt dat niet blijkt van een verband tussen het door de benadeelde partij gestelde geestelijk letsel en de feiten in deze zaak. Verder valt zonder nader onderbouwing niet vast te stellen dat de schade in een hogere categorie valt dan categorie d (van de Rotterdamse schaal). En dat geldt ook voor de gestelde littekenvorming, dat valt volgens de raadsman aan de onderkant van categorie c van die schaal.
7.4. Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is mogelijk als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen.
De benadeelde partij heeft voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat zij door de door de verdachte gepleegde strafbare feiten geestelijk letsel heeft opgelopen. Uit de door de benadeelde partij overgelegde stukken blijkt dat bij haar psychische schade in de vorm van PTSS vastgesteld is. Ook blijkt dat de bij de benadeelde partij gediagnosticeerde PTSS het gevolg is van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten. Daarnaast ondergaat de benadeelde partij EMDR-therapie. Gelet op soortgelijke zaken is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 20.000,- billijk is. De rechtbank wijst dit deel van de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
Wettelijke rente
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 15 augustus 2025 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
Proceskosten
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partij heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor het indienen en toelichten van de vordering en begroot de kosten daarom op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partij de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van
€ 20.000,-- aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 (datum ontstaan schade) tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 125 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partij. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
8. Toegepaste wetsartikelen
De opgelegde straf en maatregel en beslissing op het beslag zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
33, 33a, 36c, 36d, 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 45, 57, 63, 282, 302 van het Wetboek van Strafrecht.
- verklaart feit 2 primair niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 en feit 2 subsidiair heeft gepleegd, zoals hierboven is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en feit 2 subsidiair bewezenverklaarde;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaren;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging
- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;
- beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd;
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Sr)
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar;
- beveelt dat verdachte:
zich onthoudt van contact met [aangeefster] , geboren op [geboortedatum 2] 1986;
- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
- beveelt dat voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan de maatregel wordt vervangen door 2 weken hechtenis, met een maximum van 12 maanden;
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:
- 1 STK Bankstel (Omschrijving: PL0900-2025276592-G3578337 ZWART);
- 4 STK Kussen (Omschrijving: PL0900-2025276592-3578338);
- 1 STK Deken (Omschrijving: PL0900-2025276592-G3578340);
- 2 STK Deken (Omschrijving: PL0900-2025276592-G3578341,ZWART);
- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:
- 1 STK Hashish (Omschrijving: PL0900-2025276592-3575065);
- STK Wapen (Omschrijving: MD3R025089_866599 balletjespistool, zwart, merk: walther);
- 1 STK Mes (Omschrijving: MD3R025089 866877. vlindermes, zilver)
- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: MD3R025089_866666, zwart, merk: denver);
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [aangeefster]
- wijst de vordering van [aangeefster] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 20.000,- aan immateriële schadevergoeding;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [aangeefster] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [aangeefster] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
Schadevergoedingsmaatregel
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat
€ 20.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 125 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. K. de Meulder en mr. A.E. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026
De jongste rechter is niet in de gelegenheid
dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
1.
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025, te Woudenberg , althans in Nederland, opzettelijk [aangeefster] , wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door
- die [aangeefster] tegen haar wil in de woning (gelegen aan de [adres] ) vast te houden, althans te belemmeren en/of te verhinderen de woning te verlaten en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, te dwingen met hem mee te gaan naar een locatie buiten de woning (het Henschotenmeer en/of de Kruidvat) en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, met de dood en/of het neersteken met een mes te bedreigen en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of te stompen en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, aan haar haren te trekken en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht de keel van die [aangeefster] dicht te drukken en/of die [aangeefster] gedurende enige tijd de ademhaling te beletten en/of te belemmeren en/of
- meermalen, althans eenmaal, een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in/tegen het gezicht en/of de hals/keel en/of de borst(en) en/of de hand(en), althans het lichaam, van die [aangeefster] te drukken/snijden en/of (daarbij) te zeggen dat hij, verdachte, een scarface van die [aangeefster] gaat maken en/of haar echt kapot gaat maken, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of stompen tegen het lichaam en/of
- die [aangeefster] langere tijd naakt rond te laten lopen en/of
- meermalen, althans eenmaal, (een) sigaret(ten) en/of joint(s) (uit) te drukken op de borsten, althans het lichaam van die [aangeefster] ;
2.
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025, te Woudenberg , althans in Nederland, aan een ander, te weten [aangeefster] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of te stompen en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen tegen het lichaam en/of
- meermalen, althans eenmaal, (een) sigaret(ten) en/of joint(s) (uit) te drukken op de borsten, althans het lichaam van die [aangeefster] ;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025 te Woudenberg , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster] , zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, heeft geslagen en/of gestompt tegen het lichaam en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht de keel van die [aangeefster] dicht te drukken en/of die [aangeefster] gedurende enige tijd de ademhaling te beletten en/of te belemmeren en/of
- meermalen, althans eenmaal, (een) sigaret(ten) en/of joint(s) heeft (uit)gedrukt op de borsten, althans het lichaam van die [aangeefster] ,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025, te Woudenberg , althans in Nederland, [aangeefster] heeft mishandeld, door
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, in/tegen het gezicht, althans het hoofd, te slaan en/of te stompen en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen tegen het lichaam en/of
- meermalen, althans eenmaal, met kracht de keel van die [aangeefster] dicht te drukken en/of die [aangeefster] gedurende enige tijd de ademhaling te beletten en/of te belemmeren en/of
- meermalen, althans eenmaal, (een) sigaret(ten) en/of joint(s) (uit) te drukken op de borsten, althans het lichaam van die [aangeefster] en/of
- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, aan haar haren te trekken.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Een proces-verbaal van aangifte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven
[aangeefster] . verklaarde het volgende.
Pleegdatum/tijd: tussen dinsdag 12 augustus 2025 om 12:00 uur en vrijdag 15 augustus2025 om 21:45 uur.
Ik doe aangifte tegen mijn ex, [verdachte] . Ik zal hem verder [verdachte] noemen.
Op maandag 11 augustus 2025 ging ik 's avonds weer naar [verdachte] toe.
Toen we op dinsdag (de rechtbank begrijpt 12 augustus 2025) terug naar zijn huis reden was ik bang en durfde ik niet naar binnen, ik voelde nattigheid. [verdachte] zei: "kom schatje, niets aan de hand".
Binnen kreeg ik gelijk een forse klap in mijn gezicht. Het bloed stroomde uit mijn neus en alles zat onder het bloed. De bank, de bruine harige kleden op zijn bank, mijn kleding, mijn haren, zijn kleding. Ik werd door [verdachte] aan mijn haren naar voren getrokken en hij duwde mij onder de douche. Ik moest het bloed van mijn lichaam en haren afspoelen. Daarna moest ik met doekjes de bloedsporen van de bank afgeven en ik mocht absoluut niet met mijn handen de bank aanraken. [verdachte] had zelf de kleden van de bank en onze kleding in de wasmachine gedaan. Terwijl ik de bank aan het schoonmaken was bleef [verdachte] mij mishandelen en slaan. Ik weet nog dat ik deze avond ook bloedde uit mijn vagina, door de klappen die hij gaf. Ik was ook ontzettend duizelig en hoorde niks meer met mijn oor door de klappen. Ik heb van 18.00 tot 02.00 uur naakt rondgelopen en heb naast hem op de bank gezeten. Hij verhoorde mij de hele avond, een vragenvuur en onderwijl mishandelde hij mij. Hij drukte meerdere keren een sigaret of joint uit op mijn borsten. Hij pakte dan met een hand mijn borst vast en met de andere hand drukte hij zijn peuk of joint uit. Hij zei hierbij ook waarvoor hij dit deed, dus "deze is voor Amersfoort, deze is voor die jongen die je geneukt hebt" et cetera. Ik ben 6 of 7 keer met een sigaret verbrand en dit deed enorm veel pijn. Nog steeds doet dit pijn. Ik moet er steeds koude doekjes op leggen.
Wij zijn woensdag en donderdag naar het Henschotermeer geweest. Ik heb toen leuk met hem gedaan omdat ik echt angst had. Ik heb ook afgelopen week meerdere keren tegen hem gezegd dat hij mij maar moest vermoorden omdat ik geen uitweg meer zag. Wij hadden deze week ook meerdere keren per dag seks, behalve op de woensdag volgens mij. Ondanks of wij het leuk hadden of niet, hij wilde gewoon seks en maakte mij ook wakker om seks te hebben. Ook de avond nadat hij mij zo mishandelde. Ik heb [verdachte] niet gezegd dat ik het niet wilde uit angst voor hem. Ik werkte maar gewoon mee, ondanks dat ik pijn had door de mishandeling. Hij zei ook dat ik gewoon weg mocht gaan, maar dit werd vaak gevolgd door bedreigingen richting mijn familie en ik wist wel beter. Hij zou mij nooit zomaar laten gaan.
Een proces-verbaal van aangifte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven,
Wij hoorden [aangeefster] .
Ik doe aangifte tegen mijn ex [verdachte] . Ik weet dat 15 augustus 2025 de laatste dag was dat ik hem heb gezien. Het was wel in de laatste week dat ik daar was. Het heeft ongeveer een week geduurd.
Het is een paar keer per dag gebeurd. Eén dag niet. Er was één dag waarin ik zes uur lang mishandeld ben. Namelijk: hij had mij gesneden met een mes, een mes op mijn keel gezet, geslagen op badkamer, op de slaapkamer, geslagen in mijn gezicht, gestopt op mijn hele gezicht en lichaam, geslagen met andere dingen op mij, brandwonden, gewurgd toen mij weer slaan zodat ik weer wakker werd. Dit duurde ongeveer 6 uur achter elkaar, tot we gingen slapen. Dan zegt hij kom even bij mij zitten en dan trekt hij al mijn kleren kapot en dan moet ik naakt naast hem gaan zitten en dan mishandeld hij mij.
Hij bleef me maar slaan. Mijn ogen zaten helemaal dicht van het slaan. Mijn neus is meerdere keren opengespat. Ik was gedoucht omdat mijn neus open ging. Toen was ik gedoucht, zat ik op bed en toen sprong mijn neus weer open, toen werd hij boos en moest ik weer douchen. In de douche mishandelde hij mij weer omdat hij boos was dat ik weer moest douchen omdat ik onder het bloed zat. Hij sloeg toen mijn hoofd tegen de muur.
Ik mocht absoluut geen geluid maken, als ik dat toch deed dan stompte hij mij zo hard in mijn maag dat ik geen adem kreeg.
Toen was ik schoon en zat ik op de bank en toen ging hij sigaretten op mij branden. En daarna zei hij dan gaan we het er nu nooit meer over hebben want je hebt nu je straf gehad en toen moest ik hem pijpen.
Hij pakte mij bij mijn haren en mijn hoofd erin duwen. Toen draaide hij me om en lag ik voorover gebukt op mijn knieën. Hij pakte mij ondertussen bij mijn haren en ik dacht soms dat ik mijn nek ging breken en geen haar meer in mijn hoofd leek te hebben.
Ik heb weleens geprobeerd om hem weg te duwen of te trappen of te bijten, maar dan kreeg ik de dubbele portie terug. Hij sloeg mij dan nog harder.
Ik mocht van hem vrijdag gaan, ik wilde naar de dokter omdat ik zoveel pijn had. Hij vond dat eerst de zichtbare plekken op mijn gezicht en lichaam weg moesten zijn voordat ik naar de dokter kon gaan. Ik kreeg allemaal crèmes tegen blauwe plekken en ijs in mijn gezicht zodat alles sneller weg zou gaan. Wij zijn toen naar de Kruidvat gegaan voor make up zodat ik alles weg kon werken. We gingen toen ook nog naar een meertje, twee keer. Ik heb alles meegespeeld omdat ik wist dat ik vrijdag naar Nieuw-Vennep moest voor mijn zoontje, dus ik wist dat dat mijn kans was.
Hij deed de deur op slot en hij schoof de kast ervoor. De balkondeur was ook op slot en die verstopte hij (de rechtbank begrijpt de sleutel). De deur van de slaapkamer heeft hij aan zijn bos. Als we gaan slapen dan verstopte hij die. De ramen waren afgeplakt met folie zodat ik niet naar buiten kon kijken. De slaapkamer was voor de helft afgeplakt. En er zaten sloten op de ramen. Ik ben een keer uit het raam geklommen en daarom had hij die dingen gehaald.
Twee keer achter elkaar waren wij bij het Henschotermeer. Ik denk dat het woensdag en donderdag was.
Ik mocht bij het Henschotermeer geen contact maken met andere mensen, niet naar andere mensen kijken. Als er iets is wat hem niet bevalt dan steekt hij mij gewoon ineens. Ik heb ook overal littekens daarvan.
Ik ben toen niet weggelopen en heb geen hulp gevraagd omdat ik dat niet durfde. Hij had de hele tijd een mes bij zich, ik zag dat ook. Als we uit de auto stapten dan maakte hij het duidelijk dat ik niest moest doen en dat hij anders iets ging doen.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven
Op 13 oktober (de rechtbank begrijpt 2025) ontving het onderzoeksteam het dagboek van aangeefster [aangeefster] . In dit dagboek schreef [aangeefster] de gebeurtenissen op die hebben plaatsgevonden in de week van maandag 11 augustus 2025 tot en met zaterdag 15 augustus 2025 (de rechtbank begrijpt vrijdag 15 augustus 2025). Het dagboek is letterlijk uitgewerkt, alleen sommige spellingsfouten zijn aangepast.
Dinsdag reden we in Amersfoort. Toen we thuis aankwamen zei die: kom is zitten op de bank en sloeg mij direct in mijn gezicht, trok aan mijn haar en toen wurgde hij mij toe ik bijna flauwviel. Onder de douche sloeg die me verder, stompen in mijn buik en rug. Haren trekken en mijn hoofd slaan en tegen de muur slaan. Hij deed de kleren en kussens en dekens van de bank in de wasmachine en ik moest de bank schoonmaken en nergens met mijn vingers aanraken. Alleen met het doekje. Toen trok die mij aan mijn haar mee naar de keuken en sloeg mijn hoofd daar tegen de muur, kneep mijn keel dicht en zei dat die mij dood moest maken voor wat ik gedaan had en dat het zijn stad was.
Pakte een mes en drukte in mijn gezicht en zei dat die scarface van me ging maken en me echt kapot ging maken. Toen sneed die van mijn gezicht met mes in me hals en zei ik moet je echt doodmaken. Toen ging die met mes naar beneden van me half tot mijn borst, hard drukkend. Ik heb hier ook sneeën en daarna sneed die in mijn hand. Ik smeekte voor mijn leven en zei: ‘sorry, sorry alsjeblieft. Maak me niet dood’.Toen stormde die me weer, trok me haar en stompte mijn gezicht en bleef doorslaan, continue op mijn hoofd.
Ik moest mij uitkleden, naast hem zitten, hem aankijken en dan gaat die slaan, wurgen, stompen, mijn nek omdraaien. En begon weer te slaan en weer mij te verbranden met een sigaret op mijn borst. Daarna heeft hij dat op mijn andere borst ook gedaan. In totaal 6x met joint en sigaretten.
We moesten naar de winkel en gingen eerst naar het Kruidvat. Ik wist, hij laat me niet gaan en hij draagt altijd een mes, als ik iets laat merken aan mensen buiten steekt hij hen neer en dan mij. Dat heeft hij altijd gezegd en ik geloof dat ook echt.
Een proces-verbaal forensisch onderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven
Wij verbalisanten zijn werkzaam als forensisch onderzoekers. Op 16 augustus 2025 kwamen wij voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres] in [plaats] .
Toelichting
Een ‘bloedspoor’ in dit proces-verbaal is als zodanig benoemd indien een daarvoor geschikte indicatieve test een positieve uitslag geeft. Een positieve uitslag geeft aan dat er een indicatie is voor de aanwezigheid van bloed. Daar waar in dit proces-verbaal wordt vermeld dat er op bloed lijkende sporen zijn aangetroffen, wordt bedoeld dat deze sporen niet zijn getest met een indicatieve test.
Bevindingen
Wij zagen op het bed in de slaapkamer op de begane grond een paar witte schoenen. Wij zagen op de neus van de rechterschoen bloed zitten. Ik heb het bloed bemonsterd en veiliggesteld onder SIN: AASC5996NL.
Wij zagen in de overloop voor de badkamer een kleedje liggen. Wij zagen op het kleed sporen van bloed. Wij zagen op de deurklink aan de binnenzijde van de badkamerdeur sporen van bloed. Ik heb het bloed bemonsterd en veiliggesteld onder SIN: AASC5997NL. Wij zagen op de kopse kant van de deur in de slaapkamer op de eerste verdieping van de woning sporen van bloed. Ik heb het bloedspoor bemonsterd en veiliggesteld onder SIN: AASC5998NL. Wij zagen in de slaapkamer op de eerste verdieping van de woning twee sporen van bloed op de grond. Deze zaten links van het bed gezien vanuit de deuropening. Ik heb beide bloedsporen afzonderlijk van elkaar veiliggesteld onder SIN: AASC5999NL en AASC6000NL.
Een proces-verbaal forensisch onderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven
Op 26 augustus 2025 hebben wij een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van latente (schoonmaak)bloedsporen op een bankstel (hoekbank).
Een ‘bloedspoor’ in dit proces-verbaal is als zodanig benoemd indien een daarvoor geschikte indicatieve test een positieve uitslag geeft. Een positieve uitslag geeft aan dat er een indicatie is voor de aanwezigheid van bloed. Daar waar in dit proces-verbaal wordt vermeld dat er op bloed lijkende sporen zijn aangetroffen, wordt bedoeld dat deze sporen niet zijn getest met een indicatieve test
Lumiscene
Lumiscene is een chemische vloeistof die wordt gebruikt voor het detecteren van latente bloedsporen. Wanneer lumiscene in contact komt met de ijzerhoudende bestanddelen van bloed (hemoglobine), gaat het reagens een reactie aan. Bij deze reactie komt blauw licht vrij. Om de luminescentie te kunnen waarnemen dient het onderzoek plaats te vinden in een verduisterde ruimte. De plaatsen waar de lumiscene een reactie geeft worden bemonsterd. Lumiscene kan ook vals positieve reacties geven, dat wil zeggen dat er ook andere stoffen zijn waarmee Lumiscene kan reageren. Daarom worden alle bemonsteringen aanvullend getest middels bloedindicatieve Tetrabase- test. Deze test maakt geen onderscheid in menselijk en dierlijk bloed. Wanneer de Tetrabase-test een positieve reactie geeft, wordt de bemonstering bewaard.
De Tetrabase test is een niet humaan specifieke indicatieve bloedtest. De test bestaat uit twee vloeistoffen. De bemonsteringen worden getest op een filtreerpapier. Het filtreerpapier wordt voorzien van beide vloeistoffen. Bij de aanwezigheid van bloed wordt er bij het toevoegen van de beide vloeistoffen vrijwel direct een blauwkleurige reactie verkregen. Bij een blauwe verkleuring welke optreedt bij het aanbrengen van alleen de eerste vloeistof, of een niet directe blauwkleurige verkleuring bij het aanbrengen van de twee vloeistof kan er sprake zijn van een vals-positief reactie.
Wij verrichten ons onderzoek in de luminolgarage van politiebureau Huizen. Dit betreft een onderzoeksruimte die nagenoeg helemaal donker gemaakt kan worden.
Bevindingen
Wij zagen dat het een zwartkleurige hoekbank betrof. Deze bank bestond uit drie losse delen, waaronder twee lange delen, waarvan één met de armleuning aan de linkerzijde (wanneer je naar de bank kijkt), het andere lange gedeelte betreft een loungegedeelte zonder armleuning. Tussen deze twee gedeeltes was de hoek geplaatst. In de woning stond deze bank in de hoekopstelling zoals hiervoor omschreven.
Wij zagen op de kopse kanten van het hoekdeel en het loungedeel (de kopse kanten die tegen elkaar staan) een rood/bruin kleurige vlek gelijkend op bloed. Ik heb deze vlek indicatief getest op de aanwezigheid van bloed, wij zagen dat hij blauw uitsloeg (tb +). Hierop heb ik de vlek bemonsterd op de kopse kant van het hoekdeel (SIN AASA8233NL) ten behoeve van eventueel DNA vervolgonderzoek. Ik heb de dekens en kussen zo neergelegd, zoals ik het in de woning had gezien met het ophalen van het bankstel.
Ik heb de bank geluminold met een DNA vriendelijke oplossing Lumiscene. Wij zagen op verschillende plekken op beide kleden wat oplichten. Wij hebben deze plekken in het licht bekeken. Wij zagen op het kleed welke op hoek en loungedeel lag, ter hoogte van de overgang tussen het hoek- en loungedeel, een bruinkleurige vlek. Ik heb deze vlek indicatief getest op de aanwezigheid van bloed. Wij zagen dat hij blauw uitsloeg (tb +). Hierop heb ik deze vlek bemonsterd ten behoeve van eventueel DNA vervolgonderzoek (SIN AASA8234NL). Op het linker zitgedeelte zagen wij op het kleed een vlek die oplichtte. Ongeveer 20 centimeter van de overgang naar het hoekgedeelte vandaan. Ik heb deze plek indicatief getest op de aanwezigheid van bloed. Wij zagen dat hij blauw uitsloeg (tb +). Ik heb deze plek bemonsterd ten behoeve van DNA vervolgonderzoek (SIN AASA8235NL).
Hierop hebben wij de dekens en de kussens verwijderd en heb ik de bank geluminold met Lumiscene. Wij zagen op het rechter deel (loungedeel) een zigzagpatroon oplichten, gelijkend op veegsporen. Op het linker gedeelte zagen we een plek oplichten op het linker zitgedeelte, ongeveer 20 centimeter van de overgang naar het hoekgedeelte vandaan. Op ongeveer dezelfde plek als waar het oplichtte met het kleed erop.
Interpretatie van bevindingen
Het sporenbeeld wat wij gezien hebben tijdens de luminescentie, het zigzag veegpatroon, is passend bij het schoonvegen (schoonmaken) van een bebloede bank.
Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 oktober 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven
2.DNA-onderzoek
Onderstaande bemonstering zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek
SIN
Omschrijving bemonstering
AASA8233NL#01
bruine vlek zijkant van hoekdeel, richting loungedeel; tb+
AASA8234NL#01
op kleed, hoek van loungebank, nabij hoekdeel; tb+
AASA8235NL#01
op kleed, linker zitgedeelte, rechter zitten, midden zitvlak; tb+
AASC5996NL#01
sneakers op bed slaapkamer beneden; tb+
AASC5997NL#01
badkamerdeurklink binnenzijde; tb+
AASC5998NL#01
slaapkamerdeur boven kopsekant; tb+
AASC5999NL#01
op vloer links van bed slaapkamer boven; tb+
AASC6000NL#01
op vloer links van bed slaapkamer boven; tb+
4. Bij het onderzoek betrokken personen
SIN
Naam
RAAV0384NL
verdachte [verdachte]
WABZ2628NL
slachtoffer [aangeefster]
5. Resultaten, interpretatie en conclusie van het onderzoek
AASA8233NL#01
bruine vlek zijkant van hoekdeel, richting loungedeel; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal één persoon
- Slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
AASA8234NL#01
op kleed, hoek van loungebank, nabij hoekdeel; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal twee personen
Een relatief grote hoeveelheid DNA
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
Een relatief kleine hoeveelheid DNA
- verdachte - meer dan 1 miljard
AASA8235NL#01
op kleed, linker zitgedeelte, rechter zitten, midden zitvlak; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal één persoon
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
AASC5996NL#01
sneakers op bed slaapkamer beneden; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal één persoon
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
AASC5997NL#01
badkamerdeurklink binnenzijde; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal twee personen
Een relatief grote hoeveelheid DNA:
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
Een relatief kleine hoeveelheid DNA
- minimaal één andere persoon
Dit DNA-mengprofiel is vooralsnog onvoldoende informatief om te kunnen beoordelen of een deel van het DNA afkomstig kan zijn van verdachte
AASC5998NL#01
slaapkamerdeur boven kopsekant; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal twee personen
Een relatief grote hoeveelheid DNA
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
Een relatief kleine hoeveelheid DNA
- minimaal één andere persoon
Dit DNA-mengprofiel is vooralsnog onvoldoende informatief om te kunnen beoordelen of een deel van het DNA afkomstig kan zijn van verdachte
AASC5999NL#01
op vloer links van bed slaapkamer boven; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal twee personen
een relatief grote hoeveelheid DNA:
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
een relatief kleine hoeveelheid DNA
- verdachte - meer dan 1 miljard
AASC6000NL#01
op vloer links van bed slaapkamer boven; tb+
DNA kan afkomstig zijn van: Bewijskracht:
Minimaal twee personen:
- slachtoffer [aangeefster] - meer dan 1 miljard
- verdachte - meer dan 1 miljard
6.Bewijskracht van het vergelijkend DNA-onderzoek
AASA8233AL#01_ bruine vlek zijkant van hoekdeel, richting loungedeel; tb+Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van één persoon.
DNA-profiel AASA8233NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon.
AASA8234NL#01 op kleed, hoek van loungebank, nabij hoekdeel; tb+
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] en verdachte berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
Ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] :
DNA-mengprofiel AASA8234NL#O1 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
Ten aanzien van verdachte:
DNA-mengprofiel AASA8234NL#O1 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
AASA8235NL#01 op kleed, linker zitgedeelte, rechter zitten, midden zitvlak; tb+
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van één persoon.
DNA-profiel AASA8235NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon.
AASC5996NL#01 sneakers op bed slaapkamer beneden; tb+
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van één persoon.
DNA-profiel AASC5996NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] , dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige onbekende persoon
AASC5997NL#01 badkamerdeurklink binnenzijde; tb+
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
DNA-mengprofiel AASC5997NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
AASC5998NL#01 slaapkamerdeur boven kopsekant; tb
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
DNA-mengprofiel AASC5998NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] en willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
AASC5999NL#01 op vloer links van bed slaapkamer boven; tb+
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] en verdachte berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
Ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] :
DNA-mengprofiel AASC5999NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
Ten aanzien van verdachte:
DNA-mengprofiel AASC5999NL#0l is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
AASC6000NL#01 op vloer links van bed slaapkamer boven; tb+
Voor deze bemonstering is de bewijskracht ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] en verdachte berekend. Hierbij is aangenomen dat de bemonstering DNA bevat van twee personen.
Ten aanzien van slachtoffer [aangeefster] :
DNA-mengprofiel AASC6000NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [aangeefster] en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
Ten aanzien van verdachte
DNA-mengprofiel AASC6000NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte en een willekeurige onbekende persoon, dan wanneer het DNA afkomstig is van twee willekeurige onbekende personen.
Een letselonderzoek en -verslag zonder benoeming- Forensische Geneeskunde
Naam [aangeefster]
Datum letselonderzoek 18-08-2025
Overig Ik heb geen eigen letselonderzoek verricht. Hierdoor kan ik alleen een mate van waarschijnlijkheid over de duiding geven.
lichaamsdeel linkerarm
beschrijving Op de bovenkant van de linker onderarm een diagonaal van links naar rechts smalle lineaire rode huidverstoring met een lengte van circa 3,5 cm en 0,1 cm breed.
soort Kraswond
gemelde toedracht bij het letsel Betrokkene geeft aan dat sprake was van het gebruik van een mes door de dader
past gemelde toedracht bij letsel goed
Een deskundigenrapportage naar aanleiding van geweldsincident
Ter beantwoording van de vraagstelling van de opdrachtgever zal op een gestructureerde wijze het te onderzoeken materiaal worden bekeken en beoordeeld. De forensisch arts mw. [A] , hierna de rapporteur, neemt bij beantwoording van de vraagstelling een onafhankelijke positie in, gericht op waarheidsvinding en met onderbouwing vanuit de wetenschap met inachtneming van de Gedragscode Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).
Foto's
Bij het te onderzoeken materiaal zijn foto's gebruikt.
Deze foto's zijn gemaakt door de forensische opsporing van de regio Amsterdam d.d. 15 augustus 2025, de authenticiteit van de foto's kan hiermee worden aangenomen. Een forensisch arts was niet aanwezig ten tijde van het letselonderzoek bij het slachtoffer.
De beoordelingen van het letsel in deze rapportage zijn op basis van de verstrekte foto's in plaats van eigen verricht letselonderzoek, daarom zullen de verkleuringen zichtbaar op deze foto’s worden geduid in een bepaalde mate van passendheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een vijfpunts-schaalverdeling: niet passend, enigszins passend, passend, goed passend en zeer goed passend. Mocht een verkleuring goed passend dan wel zeer goed passend zijn bij een bepaald type letsel, sluit dit niet uit dat de zichtbare verkleuring een ander type letsel betreft dan wel geen letsel is.
6. Medische onderzoeksresultaten
6.2.1 Verwijsbrief huisarts15-08-2025
Dit document betreft de medische verslaglegging van een spoeddoorverwijzing van de huisarts aan de traumatologie van het Amstelland ziekenhuis op 15-08-2025. De brief geeft samengevat het volgende weer:
In deze brief wordt vermeld dat het slachtoffer op 15-08-2025 bij de huisarts is geweest vanwege " status na mishandeling drie dagen geleden".
Het lichamelijk onderzoek vermeldt dat er sprake was van een gezwollen neus, gezwollen ogen, wond neusrug, een geperforeerd rechtertrommelvlies, grote brandwonden op beide borsten, uitgebreide blauwe plekken op het hele lichaam en bij beluisteren van de linker borstkas met een stethoscoop werden afwijkende longgeluiden gehoord.
6.2.2 SEH-brief 15-08-2025
Dit document betreft de medische verslaglegging van een bezoek aan de spoedeisende hulp (SEH) van het Amstelland ziekenhuis op 15-08-2025. De brief geeft samengevat het volgende weer:
In deze brief wordt vermeld dat het slachtoffer op 15-08-2025 op de SEH is geweest vanwege "mishandeling".
Haar klachten waren meerdere blauwe plekken o.a. rondom de ogen met ook zwelling rondom de ogen, gehoorverlies, meerdere brandwonden op de borstkas, en pijn aan de linker borstkas.
De conclusie van het bezoek aan de SEH was: een breuk van de achtste rib links. Mogelijk een oude breuk van de rib 1o (zijde onbekend). Gehoorverlies rechts, vermoedelijk bij een trommelvliesperforatie en bloeduitstortingen (hematomen) van het aangezicht.
9. Beantwoording van vraagstelling
1. Geef een beschrijving inclusief typering en duiding van de letsels op basis van de
bijgevoegde foto's.
Bij het slachtoffer was sprake van meerdere letsels, waaronder huidbeschadigingen passend bij oppervlakkige huidbeschadigingen en krasletsel, brandwonden, bloeduitstortingen en zwelling. Samenvattend zijn bij het slachtoffer de volgende letsels geconstateerd:
-
Huidbeschadigingen zoals krasverwondingen en oppervlakkige letsels veroorzaakt door
beschadiging van een of meerdere huidlagen. De huidbeschadigingen van slachtoffer
passend het beste bij traumatische huidbeschadigingen.
-
Brandwonden ontstaan door contact met een thermische {warm en koud), stralings- of
chemische bron. De vorm van de brandwonden bij het slachtoffer zouden goed kunnen
passen bij de gemelde toedracht van slachtoffer: brandwonden ontstaan door brandende voorwerpen (zoals een sigarettenpeuk) in de huid van het slachtoffer. Op basis van de foto's van het letsel van het slachtoffer zal hier waarschijnlijk sprake zijn van tweedegraads brandwonden.
Bloeduitstortingen ontstaan door een uitwendig inwerkende botsende dan wel samendrukkende kracht zoals bijvoorbeeld het slaan met een vuist of vlakke hand.
Zwelling/kneuzing van de huid ontstaan door een stompe uitwendige krachtsinwerking,
zoals slaan, schoppen, vallen of stoten.
2. Geef een beschrijving van de ontvangen medisch gegevens.
Bij het slachtoffer zijn, na bezoek aan de huisarts, spoedeisende hulp en keel- neus- en oorarts, de volgende letsels geconstateerd: Een perforatie van het trommelvlies van het rechteroor en een gebroken rib links (rib 8) en mogelijk een gebroken rib van oudere datum (rib 1o, zijde onbekend).
4. Hoe gevaarlijk en wat is de gevaarzetting van het letsel dat daadwerkelijk is opgetreden.
In een gezamenlijke beoordeling kan worden geconcludeerd dat het overgrote deel van het
vastgestelde letsel niet levensbedreigend is en (slechts) een lage gevaarzetting kent. De ribbreuk introduceert echter een matige tot potentieel ernstige gevaarzetting doordat bekende complicaties kunnen ontstaan die onbehandeld een bedreiging voor de gezondheid en in uitzonderingsgevallen voor het leven kunnen vormen.
5. Hoe gevaarlijk is/wat is de gevaarzetting van het letsel dat had kunnen optreden
uitgaande van:
a. Geperforeerd trommelvlies door slaan/klappen op oor
b. Gebroken neus door slaan/klappen op neus
c. Gebroken ribben door slaan/klappen
d. Brandwonden op borsten door sigaretten/joints
e. Blauwe plekken door slaan/klappen
Op basis van de achtergrondinformatie in hoofdstuk 8 kan worden geconcludeerd dat slaan met een vlakke hand of vuist, bijvoorbeeld op het hoofd, potentieel ernstig en soms levensbedreigend letsel kan veroorzaken. Ook slaan met een vlakke hand of vuist in het algemeen kan, afhankelijk van omstandigheden, leiden tot ernstig en mogelijk dodelijk inwendig letsel. De gevaarzetting is sterk contextafhankelijk en niet in exacte kansen uit te drukken.
De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 8 april 2026
Het klopt dat aangeefster [aangeefster] in de periode van 12 augustus 2025 tot en met 15 augustus 2025 bij mij in mijn woning in Woudenberg geweest is. Het klopt ook dat wij in die periode samen 2 keer naar het Henschotermeer en een keer naar het Kruidvat geweest zijn.