ECLI:NL:RBMNE:2026:1803
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat verweerder de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat eiser verweerder tijdig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt een realistische beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn, met een uiterste beslisdatum van 7 oktober 2026. Verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 24 maart 2026. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.