Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] (Bonaire), eiseres
Dienst Toeslagen, verweerder
Inleiding
Overwegingen
Verweerder moet alsnog een besluit nemen
Beslissing
te ondertekenen
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 3 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 4 december 2025 in gebreke gesteld. Eiseres diende vervolgens tijdig beroep in.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn, in dit geval tot uiterlijk 19 januari 2027.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op €1.442. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€467) en het betaalde griffierecht (€53). Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder moet binnen de gestelde termijn een besluit nemen en een dwangsom betalen.