Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 3 juli 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om over dit beroep te oordelen en heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden. Na ingebrekestelling op 1 december 2025 en het verstrijken van twee weken heeft eiseres op 24 december 2025 beroep ingesteld. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn, conform vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, een besluit moet nemen.
De rechtbank sluit zich aan bij de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, waarin een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn wordt gehanteerd. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk 12 januari 2027 een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder heeft reeds een dwangsom van € 1.442,- toegekend. De proceskosten van eiseres worden vergoed en het betaalde griffierecht wordt aan haar terugbetaald.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn een besluit op bezwaar bekend te maken.