ECLI:NL:RBMNE:2026:1815
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag en stelt dat verweerder niet tijdig op dit bezwaar heeft beslist. Verweerder is op 23 december 2025 in gebreke gesteld en het beroep is tijdig ingesteld op 4 februari 2026. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn, uiterlijk 3 februari 2027, een besluit moet nemen. Dit volgt uit de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn hanteert.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat verweerder te laat is, met een maximum van €15.000. Omdat inmiddels 42 dagen zijn verstreken, stelt de rechtbank de dwangsom vast op €1.442. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€467) en het betaalde griffierecht (€54).
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en draagt verweerder op uiterlijk 3 februari 2027 een besluit op bezwaar bekend te maken.