ECLI:NL:RBMNE:2026:1817
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar van 25 augustus 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 23 januari 2026. Het beroep is gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn, vastgesteld op uiterlijk 24 februari 2027, een besluit op bezwaar moet nemen. Voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, moet verweerder een dwangsom van € 100,- betalen, met een maximum van € 15.000,-. Omdat inmiddels 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op € 1.442,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 54,-. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de redelijke beslistermijn bij niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op uiterlijk 24 februari 2027 een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.