Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1834

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
23 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/6616
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens late Woo-beslissing

Verzoeker diende op 19 november 2025 beroep in bij de rechtbank omdat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht niet tijdig had beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).

Op 15 januari 2026 nam verweerder alsnog een besluit op het Woo-verzoek, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde. Verweerder reageerde niet op dit verzoek.

De rechtbank oordeelde dat verweerder met het besluit aan verzoeker tegemoet was gekomen en dat het beroep daarom ingetrokken kon worden. Gezien het uitblijven van bezwaar van verweerder veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 467,-.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 194,- rechtstreeks op grond van de wet door verweerder moet worden vergoed, maar dat verzoeker dit rechtstreeks bij verweerder moet claimen.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat de rechtbank voldoende informatie had om het verzoek te beoordelen.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker van € 467,- na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een Woo-besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6616

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B.M. Brandenburg-Stroo),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 19 november 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Verweerder heeft op 15 januari 2026 alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoeker. Verzoeker heeft het beroep daarna ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen. [1]
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoeker te vergoeden.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 15 januari 2026 tegemoet is gekomen aan verzoeker. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten. De rechtbank stelt deze proceskosten met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde van verzoeker verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). [2]
5. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoeker zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:75a in combinatie met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Conform de uitspraak van de Afdeling van 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.