Verzoeker diende op 19 november 2025 beroep in bij de rechtbank omdat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht niet tijdig had beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 15 januari 2026 nam verweerder alsnog een besluit op het Woo-verzoek, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde. Verweerder reageerde niet op dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat verweerder met het besluit aan verzoeker tegemoet was gekomen en dat het beroep daarom ingetrokken kon worden. Gezien het uitblijven van bezwaar van verweerder veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 467,-.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 194,- rechtstreeks op grond van de wet door verweerder moet worden vergoed, maar dat verzoeker dit rechtstreeks bij verweerder moet claimen.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat de rechtbank voldoende informatie had om het verzoek te beoordelen.