De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak waarbij de verdeling van aandelen in een holding centraal stond. Na een deskundigenonderzoek werd de intrinsieke waarde van de aandelen vastgesteld op €698.010 per 24 april 2023. De rechtbank heeft de aandelen juridisch aan de man toegedeeld, waarbij rekening is gehouden met een mogelijke belastingclaim (AB-claim) die kan worden doorgeschoven naar de man als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.
De deskundige heeft twee methoden voor de AB-claim gepresenteerd: de nominale waarde en de contante waarde. De rechtbank kiest voor de nominale methode, waarbij de latente belastingclaim wordt vastgesteld op €182.923. Dit leidt tot een overbedelingsvergoeding van €257.543,50 aan de vrouw indien de doorschuiffaciliteit kan worden toegepast, en €349.005 indien niet.
De man betwistte de waardering van het bedrijfspand, maar de rechtbank vond zijn onderbouwing onvoldoende en handhaafde de deskundigenwaarde. De rechtbank verplicht de man tot medewerking aan de notariële overdracht binnen drie maanden en bepaalt dat hij de kosten van de deskundige en taxatie mag verrekenen met de overbedelingsvergoeding. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Tenslotte wijst de rechtbank het verzoek van de vrouw af om wettelijke rente toe te kennen vanaf de peildatum, omdat de vergoeding pas nu wordt vastgesteld en betaling binnen drie maanden moet plaatsvinden.