In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 16 januari 2026 een eindbeschikking gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw. De rechtbank had eerder op 7 februari 2025 de echtscheiding uitgesproken en nevenvoorzieningen getroffen, waaronder de verdeling van aandelen in de holding van de man. De rechtbank heeft een deskundige aangesteld om de waarde van de aandelen te bepalen, welke op 24 april 2023 is vastgesteld op € 698.010. De vrouw heeft ingestemd met deze waardering, maar de man heeft bezwaar gemaakt tegen de taxatie. De rechtbank heeft de aandelen aan de man toegewezen en bepaald dat hij de vrouw een overbedelingsvergoeding moet betalen, afhankelijk van de mogelijkheid om gebruik te maken van de doorschuiffaciliteit voor de AB-claim. De rechtbank heeft ook de kosten van de deskundige en de proceskosten geregeld. De beslissing is openbaar uitgesproken en partijen hebben het recht om in hoger beroep te gaan.