ECLI:NL:RBMNE:2026:1854
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minister moet aanvraag overname schulden inhoudelijk beoordelen na gegrond verklaring beroep
Eiseres had een aanvraag ingediend voor de overname van haar schulden, die door de minister werd afgewezen wegens te late indiening. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de eerste compensatiebeschikking van 8 mei 2021 op juiste wijze was bekendgemaakt, waardoor onduidelijk bleef of het besluit onherroepelijk was geworden.
De minister kreeg de gelegenheid om dit gebrek te herstellen, maar maakte per e-mail kenbaar hier geen gebruik van te maken. De rechtbank verklaarde daarop het beroep gegrond en bepaalde dat de minister de aanvraag alsnog inhoudelijk moet beoordelen. Tevens werd de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de uitspraak.
De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak bouwt voort op de eerdere tussenuitspraak en bevestigt dat de minister het primaire besluit moet herroepen en een nieuw besluit moet nemen, waarmee eiseres ook de mogelijkheid krijgt bezwaar te maken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de minister de aanvraag overname schulden inhoudelijk te beoordelen en een nieuw besluit te nemen.