Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1860

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/16/605695 / FO RK 26-48
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling minderjarige voor meer zelfstandigheid en sociaal leven

De minderjarige heeft de rechtbank verzocht de zorgregeling te wijzigen zodat zij zelf kan bepalen wanneer zij bij haar vader verblijft, omdat de huidige regeling haar sociale activiteiten in haar woonomgeving belemmert.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag en de kinderen verblijven momenteel om de veertien dagen een weekend bij de vader. Tijdens de zitting bleek dat de ouders niet in staat waren om samen nieuwe afspraken te maken over de zorgregeling.

De rechtbank oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is om meer zelfstandigheid te krijgen in haar keuzes, gezien haar leeftijd en sociale ontwikkeling. Daarom wordt de zorgregeling gewijzigd zodat zij minimaal één keer per maand een dagdeel, dag of weekend bij haar vader verblijft, waarbij zij uiterlijk de woensdag voorafgaand aan het weekend aan haar vader laat weten wanneer zij komt.

De rechtbank benadrukt het belang van regelmatig en gestructureerd contact met de vader en halfbroertjes en moedigt ook aan dat de vader af en toe bij de minderjarige langskomt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitkomst: De zorgregeling wordt gewijzigd zodat de minderjarige zelf mag bepalen wanneer zij minimaal één keer per maand bij haar vader verblijft.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/605695 / FO RK 26-48
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Informele rechtsingang
Beschikkingnaar aanleiding van de op 20 januari 2026 ingekomen vraag van:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1
De rechtbank heeft op 20 januari 2026 een e-mailbericht van [minderjarige] ontvangen. Op
2 februari 2026 heeft [minderjarige] naar aanleiding van dit bericht een gesprek gehad met de kinderrechter.
1.2
Bij brief van 2 februari 2026 heeft de rechtbank de ouders en de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken.
1.3
Op 5 maart 2026 heeft de rechtbank de zaak besproken tijdens de zitting. Hierbij waren de ouders aanwezig. De Raad heeft zich bij bericht van 4 maart 2026 afgemeld voor de zitting, omdat er geen zittingsvertegenwoordiger beschikbaar was.
1.4
Tijdens de zitting heeft de moeder spreekaantekeningen voorgelezen en deze daarna overgelegd.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.2.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 29 januari 2021 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor [minderjarige] en haar zusje [A] en broertje [B] vastgesteld: de kinderen verblijven een keer per veertien dagen vanaf vrijdag uit school om 14.15 uur tot zondag 17.45 uur bij de vader. De vader zorgt dat de kinderen om 17.45 uur weer terug bij de moeder zijn.

3.Aanvraag

[minderjarige] heeft aan de kinderrechter gevraagd om de huidige zorgregeling te wijzigen in die zin dat ze zelf mag bepalen wanneer ze bij haar vader in [woonplaats] verblijft. Zij wil dit graag omdat zij in de weekenden dat ze bij haar vader verblijft vaak sociale activiteiten in haar woonomgeving in [woonplaats] mist, zoals het kunnen afspreken met vrienden, haar vriendje en feestjes.

4.De standpunten

4.1.
De vader heeft verteld dat hij na de oproep van de rechtbank met [minderjarige] heeft gesproken over de zorgregeling. Hij heeft toen met [minderjarige] besproken dat [minderjarige] voortaan zelf mag kiezen of ze naar de vader komt, waarbij [minderjarige] minimaal één keer per maand bij de vader is. [minderjarige] laat dan de woensdag voor het weekend aan de vader weten als ze een dag of het hele weekend naar de vader komt.
4.2.
De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] haar vader voortaan op haar eigen voorwaarden ziet en dat er geen vaste regeling meer is. Zij vindt het voor [minderjarige] niet goed om aan een zorgregeling te worden gehouden en denkt dat dit voor meer verwijdering tussen [minderjarige] en de vader zal zorgen.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De rechtbank zal de zorgregeling wijzigen, in die zin dat [minderjarige] voortaan één keer in de maand een dagdeel, dag of weekend bij de vader verblijft, waarbij [minderjarige] uiterlijk de woensdag voorafgaand aan het weekend dat ze naar de vader gaat aan de vader laat weten dat ze komt.
Waarom neemt de rechtbank deze beslissing?
5.2.
Tijdens de zitting is gebleken dat beide ouders voorafgaand aan de zitting afzonderlijk met [minderjarige] hebben gesproken, maar dat het de ouders niet lukt om met elkaar in gesprek te gaan over [minderjarige] . Ook tijdens de zitting is het de ouders niet gelukt om samen nieuwe afspraken over [minderjarige] te maken. Het is verdrietig om te merken dat de ouders hierover niet met elkaar het gesprek kunnen aangaan. De rechtbank begrijpt dat dit voor [minderjarige] de reden is geweest om een brief aan de rechtbank te sturen.
5.3.
De rechtbank vindt een wijziging van de zorgregeling wel in het belang van [minderjarige] , omdat zij begrip heeft voor de moeilijkheden die [minderjarige] met de huidige regeling ervaart. Omdat het de ouders niet lukt om nieuwe afspraken te maken, zal de rechtbank gebruik maken van haar bevoegdheid om ambtshalve op aanvraag van een minderjarige een beslissing te nemen over de zorgregeling.
5.4.
Afgelopen februari is [minderjarige] [leeftijd] jaar geworden en zij heeft haar sociale leven met haar vriendinnen en vriendje in haar woonomgeving bij de moeder in [woonplaats] . Het is voor [minderjarige] van belang dat zij zich verder kan ontwikkelen in haar sociale leven. De rechtbank kan begrijpen dat de huidige zorgregeling waarbij zij één keer in de twee weken een weekend bij de vader in [woonplaats] verblijft, daar niet (meer) bij past. Gelet op de leeftijd van [minderjarige] en haar ontwikkeling is het passend dat zij meer zelfstandige keuzes mag maken. Tijdens de zitting heeft de vader verteld dat hij aan [minderjarige] heeft voorgesteld om af te spreken dat [minderjarige] voortaan minimaal één keer per maand bij de vader in [woonplaats] is waarbij [minderjarige] mag bepalen wanneer dat is. De moeder heeft verteld dat zij dit niet wil afspreken, omdat zij van [minderjarige] heeft begrepen dat [minderjarige] zelfstandig in alle vrijheid wil bepalen wanneer ze naar haar vader toegaat.
5.5.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat [minderjarige] meer vrijheid wil, vindt zij het van belang om het contact tussen [minderjarige] en de vader niet te vrijblijvend te laten zijn. De rechtbank overweegt dat [minderjarige] ook nog maar pas vijftien jaar is en ziet het belang van regelmatig, gestructureerd contact tussen [minderjarige] en de vader en haar halfbroertjes. De rechtbank weegt daarbij mee dat [minderjarige] aan de kinderrechter heeft verteld dat ze het fijn vindt bij haar vader, stiefmoeder en halfbroertjes. De rechtbank heeft via de moeder de wens van [minderjarige] gehoord dat ze het ook leuk zou vinden als de vader eens naar [plaats] komt. Als dat het geval is dan kan [minderjarige] dat met de vader bespreken en kunnen zij naast de zorgregeling ook af en toe in [plaats] afspreken.
Brief aan [minderjarige]
5.6.
Tegelijk met de beschikking stuurt de rechtbank een brief aan [minderjarige] . Daarin is het volgende opgenomen:
“Beste [minderjarige] ,
Op 20 januari 2026 heb ik jouw e-mail ontvangen waarin je vraagt om te bepalen dat je voortaan zelf mag bepalen wanneer je naar je vader gaat. Wij hebben elkaar vervolgens op 2 februari 2026 gesproken op de rechtbank. Zoals je weet, is er daarna op 5 maart 2026 een zitting geweest bij de rechtbank. Daarbij waren jouw ouders aanwezig. Ik vind het heel fijn dat je ouders naar de zitting zijn gekomen.
Je ouders hebben me verteld dat ze allebei begrijpen dat de zorgregeling zoals die nu is niet meer passend is voor jou. Ze zijn het er alleen niet helemaal over eens over hoe het contact tussen jou en je vader er voortaan dan wel uit moet zien. Daarom heb ik besloten dat ik de beslissing zal nemen om de zorgregeling voor jou te wijzigen. Ik vind het namelijk bij jouw leeftijd passen dat je wat meer vrijheid krijgt. Ook begrijp ik dat je in de weekenden tijd wil doorbrengen met je vriendinnen en je vriendje in [woonplaats] . Tegelijkertijd vind ik het ook belangrijk dat jij structureel contact hebt met je vader en je halfbroertjes in [plaats] . Ik ben bang dat als ik hierover niets vastleg, dat het contact tussen jou en je vader te vrijblijvend wordt en je hem te weinig gaat zien.
Ik heb daarom besloten om de zorgregeling voor jou te wijzigen in die zin dat je voortaan één keer in de maand bij je vader in [plaats] verblijft. Jij mag dan zelf kiezen in welk weekend je naar je vader gaat en voor hoe lang. Hierbij geldt dat je uiterlijk de woensdag voorafgaand aan het weekend dat je naar je vader gaat aan je vader moet laten weten of je komt, zodat je vader daar rekening mee kan houden. Je hoeft dan dus niet het hele weekend bij je vader in [plaats] te zijn, maar dit mag bijvoorbeeld ook een middag of dag zijn. Dat mag jij zelf beslissen. Ik wil wel aan je vragen om te proberen aanwezig te zijn als er bijzondere gelegenheden zijn in de familie van je vader, zoals verjaardagen en feesten. In de beslissing heb ik ook opgenomen dat het een idee is dat jouw vader, naast deze zorgregeling in [plaats] , af en toe eens bij jou langskomt in [plaats] . Ik had van jouw moeder op de zitting begrepen dat je dat leuk zou vinden.
Ik hoop dat ik je hiermee duidelijk mijn beslissing heb uitgelegd en hoop dat je zo wat meer vrijheid ervaart.”

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijzigt ambtshalve de beschikking van 29 januari 2021, in die zin dat [minderjarige] voortaan één keer in de maand een dagdeel, dag of weekend bij de vader verblijft, waarbij [minderjarige] uiterlijk de woensdag voorafgaand aan het weekend dat ze naar de vader gaat aan de vader laat weten dat ze komt.
6.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
IS