Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1863

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
UTR 24/6619
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M. Coenen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:75a AwbWet Wajong 2010
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herhaalde Wajong-aanvraag wegens onvoldoende nieuwe feiten en niet-betrokken CVS-diagnose

Eiseres heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij de laatste aanvraag gebaseerd was op de diagnose slaapapneu syndroom (OSAS). Het UWV wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die recht geven op toekenning. In beroep bracht eiseres nieuwe medische informatie in over chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), maar deze werd niet meegenomen omdat deze pas na de bezwaarfase werd ingebracht.

De rechtbank oordeelt dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep nieuwe bewijsstukken die pas in beroep worden ingebracht, niet mogen worden betrokken als ze niet in de bezwaarfase zijn gemotiveerd. De CVS-diagnose valt daardoor buiten de procedure. De beoordeling van het UWV over de OSAS-diagnose en de arbeidsbeperkingen is zorgvuldig en voldoet aan de vereisten.

De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft besloten geen Wajong-uitkering toe te kennen en dat ook de duuraanspraak is beoordeeld. Het beroep is daarom ongegrond. Vergoeding van kosten voor een deskundige wordt afgewezen, maar een proceskostenvergoeding wordt toegekend voor het beroep wegens niet tijdig beslissen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde Wajong-aanvraag is ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht geen uitkering toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6619

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.N. van der Ham),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. B.E. de Leng).

Samenvatting

1. Deze zaak gaat over het besluit van het Uwv om niet terug te komen op zijn eerdere besluiten om eiseres geen uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong 2010) toe te kennen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht heeft beslist dat er geen reden is om terug te komen op de beslissing om geen Wajong-uitkering aan eiseres toe te kennen. Aan de herhaalde aanvraag ligt de diagnose slaap apneu syndroom (OSAS) en daaruit voortvloeiende beperkingen ten grondslag. Pas in beroep is nieuwe informatie ingebracht over de diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Omdat hierover in bezwaar niets is ingebracht, hoefde het Uwv de ingebrachte medische stukken niet mee te nemen in de beoordeling. Als gevolg daarvan valt de diagnose CVS buiten de omvang van deze procedure. De beoordeling die het Uwv heeft gemaakt op basis van de bij de aanvraag en in bezwaar ingebrachte informatie, leidt terecht tot de beslissing dat er geen reden is om alsnog een Wajong-uitkering toe te kennen. In die inhoudelijke beoordeling ligt ook de beoordeling van de duuraanspraak besloten. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Voorgeschiedenis en eerdere besluiten
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1993. Op [geboortedatum] 2011 werd zij 18 jaar oud.
2.1.
Eiseres heeft op 31 oktober 2013 voor het eerst een uitkering op grond van de Wet Wajong 2010 aangevraagd. Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn de psychische klachten van eiseres betrokken: specifieke fobie (smetvrees), sociale fobie en emetofobie. Het Uwv heeft de aanvraag met het besluit van 14 januari 2014 afgewezen, omdat eiseres nog kon werken en daarmee meer dan 75% van het minimumloon kon verdienen.
2.2.
Op 13 februari 2014 heeft eisers een nieuwe aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend. Met een besluit van 21 mei 2014 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
2.3.
Op 4 februari 2019 heeft eiseres een hernieuwde aanvraag ingediend. Met het besluit van 25 februari 2019 heeft het Uwv de aanvraag afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
2.4.
Op 21 mei 2021 heeft eiseres een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv met het besluit van 20 juli 2021 een Indicatie banenafspraak (IBA) toegekend. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt omdat zij ook de Wajong beoordeeld wilde hebben. Zij heeft een hernieuwde aanvraag gedaan op 21 september 2021. Daarbij heeft zij als nieuwe informatie ingebracht de diagnose autismespectrumstoornis (ASS). Dit heeft aanleiding gegeven tot het bijstellen van de belastbaarheid van eiseres in de functionele mogelijkhedenlijst (fml) van 17 november 2021. Dit heeft echter niet geleid tot toekenning van een Wajong-uitkering.
De herhaalde aanvraag waar deze procedure over gaat
2.5.
Eiseres heeft op 5 februari 2024 een herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering gedaan. Zij legt daaraan als nieuwe informatie ten grondslag dat bij haar de diagnose slaap apneu syndroom (OSAS) is gesteld.
2.6.
Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 18 maart 2024 afgewezen omdat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.7.
Eiseres heeft op 24 oktober 2024 beroep wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar ingesteld.
2.8.
Met het bestreden besluit van 13 januari 2025 heeft het Uwv beslist op het bezwaar van eiseres. Het Uwv heeft daarin beslist dat wel sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden vanwege de diagnose OSAS, maar dat niet kan worden vastgesteld dat hiervan ook sprake was in de voor de Wajong verzekerde periode. Het Uwv is daarom bij de afwijzing van de herhaalde aanvraag gebleven. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft het beroep doorgezet.
2.9.
De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
2.10.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting aangehouden voor nader overleg tussen partijen over de mogelijkheid tot nieuwe beoordeling van de vermoeidheidsklachten van eiseres en daarbij de diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) te betrekken. Partijen hebben de rechtbank op 5 februari 2026 geïnformeerd dat dit overleg niet tot een nieuwe beoordeling heeft geleid. Partijen hebben de rechtbank verzocht om uitspraak te doen in deze procedure. Op 13 maart 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of het Uwv terecht heeft beslist dat er geen reden is om terug te komen op de beslissing om geen Wajong-uitkering aan eiseres toe te kennen.
Beroep wegens niet tijdig beslissen
4. Eiseres heeft op 24 oktober 2024 beroep ingesteld omdat het Uwv niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar. Omdat het Uwv met het bestreden besluit van 13 januari 2025 alsnog een beslissing op bezwaar heeft genomen, heeft eiseres op de zitting het beroep wegens niet tijdig beslissen ingetrokken. Aan eiseres zal op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb wel een proceskostenvergoeding worden toegekend.
Het toetsingskader
5. Eiseres heeft voor het eerst een aanvraag voor een Wajong-uitkering gedaan op 31 oktober 2013. Het rechtsregime van deze eerste aanvraag is van toepassing, namelijk de Wet Wajong 2010. In de regels van de Wajong 2010 staat dat iemand een uitkering kan krijgen als hij jonggehandicapte is. Als jonggehandicapte onder de Wajong 2010 wordt beschouwd iemand die aansluitend op de dag waarop hij zeventien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling gedurende 52 weken niet in staat is geweest met arbeid meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen, terwijl niet aannemelijk is dat hij binnen een jaar volledig zal herstellen.
5.1.
In verschillende uitspraken heeft de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, uitgemaakt hoe het Uwv een herhaalde aanvraag moet beoordelen en hoe de rechtbank vervolgens een besluit over een herhaalde aanvraag behoort te toetsen. [1] Een aanvraag voor een Wajong-uitkering na een eerdere afwijzing van die uitkering moet naar zijn strekking worden beoordeeld. Met zo’n nieuwe aanvraag kunnen drie dingen worden beoogd. Namelijk dat (met ingang van de datum waarop dat besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van Pro de Awb), dat bedoeld wordt een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Wet Amber), of dat om herziening wordt verzocht voor de toekomst (duuraanspraak). Wat een belanghebbende heeft beoogd, is van belang voor de beoordeling van de aanvraag door het Uwv en de toetsing van de beslissing op die aanvraag door de bestuursrechter.
5.2.
Voor zover de aanvraag betrekking heeft op de datum in het verleden waarop het oorspronkelijke besluit betrekking had, is de aanvrager op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan te dragen.
5.3.
Is sprake van een aanvraag waarbij - ook - voor de toekomst wordt verzocht om terug te komen van een eerder besluit (duuraanspraak), dan moet de aanvrager feiten of omstandigheden vermelden die aanleiding (kunnen) geven tot een ander, voor de aanvrager gunstiger, besluit dan het besluit waarvan herziening wordt gevraagd. De aanvraag moet deugdelijk en toereikend worden onderbouwd en, voor zover mogelijk, worden voorzien van relevant bewijs. Een enkele herhaling van feiten en omstandigheden die bij de beoordeling van de eerdere aanvraag zijn betrokken zal doorgaans niet voldoende zijn.
5.4.
Als het bestreden besluit die toets doorstaat, kan de rechtbank niettemin aan de hand van wat eiseres heeft aangevoerd tot het oordeel komen dat het evident onredelijk is om niet terug te komen op het besluit. [2]
Ingebrachte informatie in beroep
6. Eiseres heeft in beroep een verzekeringsgeneeskundige rapportage ingebracht van verzekeringsarts [A] van het Expertise Instituut. In deze rapportage van
4 augustus 2025 concludeert deze verzekeringsarts dat er in het geval van eiseres reden is om een urenbeperking aan te nemen op energetische gronden vanwege CVS.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat het Uwv deze informatie niet bij het bestreden besluit heeft betrokken.
6.2.
De rechtbank stelt het volgende voorop. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep “kunnen in zaken waarop artikel 4:6 van Pro de Awb (analoog) van toepassing is, niet in de beoordeling in (hoger) beroep worden betrokken pas in die fase ingebrachte stukken, die voorafgaand aan het besluit op bezwaar niet bij het bestuursorgaan bekend waren als onderbouwing van reeds in de fase voorafgaand aan het primaire besluit dan wel in de bezwaarfase opgeworpen stellingen.” [3] Met andere woorden, stukken die pas in beroep worden ingebracht worden niet bij de beoordeling betrokken als het gaat om een stelling die pas ná de bezwaarfase is ingenomen. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat dit ook geldt in zaken waarin het gaat om een duuraanspraak. Als de aanvraag waarbij is verzocht om een duuraanspraak uiterlijk in de bezwaarfase toereikend is gemotiveerd, dan kunnen (ook) in beroep en hoger beroep nadere bewijsstukken worden aangedragen ter nadere ondersteuning. Als géén sprake is van een toereikende motivering in de bezwaarfase, dan kunnen in beroep ook geen nadere bewijsstukken worden aangedragen.
6.3.
Het voorgaande betekent dat de rechtbank beoordeelt of de stukken die in beroep zijn ingebracht – de verzekeringsgeneeskundige rapportage van het Expertise Instituut van 4 augustus 2025 – dienen ter nadere ondersteuning van een uiterlijk in bezwaar toereikend gemotiveerde aanvraag.
6.4.
De rechtbank is van oordeel dat daarvan geen sprake is. In de aanvraag en in bezwaar is verzocht om een Wajong uitkering toe te kennen vanwege de diagnose OSAS en de daarmee verband houdende vermoeidheidsklachten. Dat inmiddels (ook) sprake zou zijn van een diagnose CVS komt voor het eerst naar voren in de verzekeringsgeneeskundige rapportage van 4 augustus 2025, die is ingebracht bij het aanvullend beroepschrift van 25 september 2025. De daarbij eveneens ingebrachte informatie van de huisarts dateert van 7 mei 2025. Voor zover eiseres de aanvraag om een Wajong-uitkering ook op deze informatie zou hebben willen baseren, is de rechtbank van oordeel dat dit in de bezwaarfase niet toereikend is gemotiveerd. De stelling van eiseres dat zij heeft verzocht om beoordeling van haar arbeidsbeperkingen wegens vermoeidheidsklachten, of dat nou voortkomt uit OSAS of CVS, en dat de in beroep ingebrachte medische informatie dus wel bij de beoordeling kan worden betrokken, treft geen doel. De gestelde energetische beperkingen zijn door eiseres namelijk steeds gekoppeld aan de diagnose OSAS. Tot in beroep speelt CVS geen enkele rol in de (medische) stukken. Dit betekent dat het Uwv op grond van vaste rechtspraak de in beroep ingebrachte medische stukken over de uit CVS voortvloeiende klachten en arbeidsbeperkingen niet hoefde te beoordelen binnen de context van deze procedure. De rechtbank zal deze informatie ook niet bij de beoordeling van het beroep betrekken. Deze beroepsgrond slaagt dus niet.
De toetsing van het bestreden besluit
7. Dit betekent dat de rechtbank alleen beoordeelt of het Uwv op grond van de tot in de bezwaarfase ingenomen stellingen terecht heeft beslist dat eiseres niet alsnog recht heeft op een Wajong-uitkering. Daarbij wordt dus wel de diagnose OSAS en de daarover ingebrachte informatie betrokken, maar niet de ingebrachte informatie over CVS.
7.1.
De rechtbank overweegt dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten, en voldoende begrijpelijk zijn. De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiseres aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan de genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Dit betekent dat hoe eiseres zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
7.2.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet het medisch onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de onder 7.1 genoemde voorwaarden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft haar heroverweging gebaseerd op dossieronderzoek en medisch onderzoek tijdens het spreekuur. De diagnose OSAS en de inhoud van de door eiseres ingebrachte medische stukken, waaronder de brief van de slaappoli van 21 mei 2024, zijn door de verzekeringsarts bezwaar en beroep kenbaar meegewogen. Ook heeft de verzekeringsarts uitgelegd dat objectieve gegevens ontbreken over de trekken van ADD en dat dit ook niet uit eigen onderzoek blijkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in het rapport van 18 december 2024 eenduidig, inzichtelijk en zonder tegenstrijdigheden gemotiveerd hoe de beoordeling tot stand is gekomen. Bovendien heeft eiseres geen gronden ingediend tegen de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek. Het rapport voldoet dus aan de drie voorwaarden. Dat betekent dat het Uwv het bestreden besluit mocht baseren op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De medische beoordeling
7.3.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 18 december 2024 geconcludeerd dat eiseres bij de herhaalde aanvraag nieuwe feiten of omstandigheden heeft ingebracht, namelijk de diagnose OSAS. De verzekeringsarts heeft de ingebrachte medische informatie inhoudelijk beoordeeld en geconcludeerd dat niet is vast te stellen of al voor 2016, in de voor de Wajong verzekerde periode, sprake was van OSAS bij eiseres. Er is dus weliswaar sprake van nieuwe feiten en omstandigheden, maar die geven geen aanleiding om het oordeel over het recht op Wajong te wijzigen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsarts te twijfelen. Hetgeen eiseres daartegenin heeft gebracht, is onvoldoende om twijfel te zaaien over de juistheid van het oordeel van de verzekeringsarts. Omdat niet kan worden vastgesteld of in de voor de Wajong verzekerde periode sprake was van OSAS, is dit ook geen reden om terug te komen op de beslissing om geen Wajong-uitkering aan eiseres toe te kennen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft het Uwv de duuraanspraak beoordeeld?
8. Eiseres voert aan dat het Uwv heeft nagelaten om te beoordelen of er reden is om eiseres op grond van een duuraanspraak een Wajong-uitkering toe te kennen.
8.1.
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv ook de duuraanspraak heeft beoordeeld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat bij de aanvraag nieuwe feiten en omstandigheden zijn ingebracht (de diagnose OSAS) en heeft daarom een inhoudelijke beoordeling uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert vervolgens dat niet kan worden vastgesteld dat in de voor de Wajong verzekerde periode sprake was van OSAS. Daarom is weliswaar sprake van nieuwe feiten en omstandigheden, maar die geven geen aanleiding om alsnog een Wajong-uitkering toe te kennen. In die inhoudelijke beoordeling zit ook de duuraanspraak richting de toekomst besloten. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Niet evident onredelijk
9. In wat eiseres heeft aangevoerd wordt ook geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is.
Hoe nu verder?
10. De rechtbank overweegt dat de Centrale Raad van Beroep een helder kader geeft over tot welk moment aanvullende bewijsstukken kunnen worden ingebracht. Als gevolg daarvan is voor een beoordeling van de nieuw ingebrachte stukken en de daarin genoemde diagnose CVS in deze procedure geen ruimte.
10.1.
Dit betekent dat een inhoudelijke beoordeling van de diagnose CVS en de daaruit volgens eiseres voortvloeiende beperkingen, alleen bij een nieuwe herhaalde aanvraag voor een Wajong-uitkering kunnen worden beoordeeld door het Uwv. In dat kader geeft de rechtbank partijen mee dat de stelling van het Uwv in de brief van 11 februari 2026 dat de diagnose CVS al uit informatie van de huisarts van 23 juni 2023 zou volgen, geen steun vindt in het dossier. Het dossier biedt ook geen aanknopingspunten dat eiseres de diagnose CVS al ten tijde van de aanvraag had kunnen vermelden.
Verzoek vergoeding kosten expertise-onderzoek
11. Eiseres verzoekt om vergoeding van de kosten van het onderzoek van de ingeroepen deskundige van het Expertise Instituut van € 1.935,79.
11.1.
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de kosten van het inschakelen van een deskundige af. Bij ongegrondverklaring van het beroep is alleen in bijzondere gevallen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijk bijzonder geval geen sprake is.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres niet alsnog recht heeft op een Wajong-uitkering. Omdat het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond is krijgt eiseres hiervoor geen vergoeding van haar proceskosten.
12.1.
Eiseres heeft wel recht op vergoeding van de kosten die zijn gemaakt voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb vergoedt het Uwv ook het door eiseres betaalde griffierecht van € 51,--.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van een proceskostenvergoeding van € 467,-- vanwege het beroep wegens niet tijdig beslissen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Coenen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2026.
de griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dat volgt uit onder meer de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2015:309, r.o. 4.1.
3.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1, r.o. 4.5.2.