Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1896

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
11815311 \ UC EXPL 25-6178
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:623 BWArt. 7:625 BWArt. 7:626 BWArt. 7:641 lid 2 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kantonrechter wijst vakantietoeslag, vakantiedagen en incassokosten toe, overuren en schadevergoeding afgewezen

Eiseres was van mei 2021 tot november 2023 in dienst bij Daen's Winebar als [functie 2]. Zij vorderde betaling van vakantietoeslag, vakantiedagen, overuren, wettelijke verhoging, materiële en immateriële schadevergoeding, buitengerechtelijke incassokosten en werkelijke advocaatkosten.

De kantonrechter oordeelde dat Daen's Winebar verplicht is vakantietoeslag en vakantiedagen te betalen, omdat zij geen deugdelijke administratie overlegd en de vordering van eiseres voldoende onderbouwd was. De wettelijke verhoging wegens te late betaling en de buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens toegewezen. De vordering tot betaling van overuren werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs dat deze op verzoek van de werkgever zijn verricht en vanwege schending van de klachtplicht door eiseres.

De gevorderde materiële en immateriële schadevergoeding werden afgewezen omdat geen onrechtmatig handelen van Daen's Winebar was vastgesteld en het causale verband met de schade ontbrak. De vordering tot vergoeding van werkelijke advocaatkosten werd eveneens afgewezen. Daen's Winebar werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De kantonrechter wijst vakantietoeslag, vakantiedagen, wettelijke verhoging en incassokosten toe, maar wijst overuren, schadevergoeding en werkelijke advocaatkosten af.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11815311 \ UC EXPL 25-6178
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. H. Senyuva,
tegen
DAEN'S WINEBAR B.V.,
gevestigd te Utrecht ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Daen's Winebar ,
gemachtigde: mr. J.W.C. Bruins.

1.De procedure

1.1
De kantonrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding van 25 juli 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord van 8 oktober 2025 met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de brief van 28 oktober 2025 met aanvullende producties van Daen's Winebar ,
- de brief van 30 december 2025 met aanvullende producties van [eiseres] ,
- de brief van 9 maart 2026 met aanvullende productie van Daen's Winebar .
1.2
De mondelinge behandeling vond plaats op 17 maart 2026. [eiseres] was daarbij aanwezig met haar gemachtigde. Namens Daen's Winebar was de heer [A] ( [functie 1] , hierna ‘ [A] ’) aanwezig met gemachtigde. Partijen hebben op de zitting vragen beantwoord van de kantonrechter. Van de mondelinge behandeling zijn aantekeningen gemaakt door de griffier. Het vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

2.1
[eiseres] is van 17 mei 2021 tot 1 november 2023 in dienst geweest bij Daen's Winebar als [functie 2] . Daen's Winebar is een horecagelegenheid en onderdeel van een concept store: in hetzelfde pand is ook een kledingwinkel, platenwinkel en hotel gevestigd onder de naam Daen’s . [eiseres] verdiende € 2.969,65 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag, op basis van een vaste urenomvang van 38 uur per week. [eiseres] vordert in deze procedure betaling van vakantietoeslag, vakantiedagen, overuren, wettelijke verhoging en een vergoeding van materiële en immateriële schade. Daarnaast vordert [eiseres] vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten en de werkelijke advocaatkosten. De kantonrechter wijst de vakantietoeslag (€ 1.187,85 bruto), vakantiedagen (€ 8.944,15 bruto), wettelijke verhoging (€ 5.066,01) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 926,98) toe. De overuren, schadevergoeding en vergoeding van werkelijke advocaatkosten worden afgewezen. De kantonrechter licht dit hierna toe.

3.De beoordeling

Achtergrond
3.1
[eiseres] heeft op 20 september 2023 haar dienstverband opgezegd per 1 november 2023. Op 5 oktober 2023 stuurt [eiseres] vervolgens een overzicht van haar openstaande vakantie-uren en overuren. Volgens [eiseres] resteert nog een saldo van ongeveer vier fulltime maanden. [A] reageert op 13 oktober 2023 dat hij contact heeft gehad met de accountant over de vakantie- en overuren en dat ze ermee bezig zijn. [A] schrijft onder andere: ‘
Je hebt nog dermate veel uren staan dat de accountant er echt in moet duiken hoe we dit het beste kunnen aanpakken, ik heb al wel contact met ze gehad, en ze zijn het aan het uitzoeken, maar dat gaat voor het weekend zeker niet meer lukken’.
3.2
Op 26 oktober 2023 laat [A] weten aan [eiseres] dat er grote verschillen zouden zijn in de kasstromen en dat [eiseres] wordt verzocht om hierover verantwoording af te leggen. Het gaat volgens Daen's Winebar om een aanzienlijk bedrag. [eiseres] en [A] hebben vervolgens contact via Whatsapp over de kasverschillen, waarbij [eiseres] aangeeft dat zij de onregelmatigheden niet kan plaatsen. [A] meent dat [eiseres] niet voldoende tekst en uitleg geeft. [eiseres] wordt in een e-mail van 30 november 2023 verzocht om de week erna verantwoording af te leggen tijdens een gesprek bij de accountant. [eiseres] is toen niet verschenen. Daen's Winebar doet vervolgens begin december 2023 aangifte van fraude in dienstbetrekking. Het is echter niet komen vast te staan dat [eiseres] heeft gefraudeerd, want de zaak tegen [eiseres] is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. [A] heeft wel de nieuwe werkgever van [eiseres] – [.] - geïnformeerd over de aangifte.
3.3
[A] is na het einde van het dienstverband van [eiseres] niet meer teruggekomen op het verzoek van [eiseres] om uitbetaling van opgebouwde vakantie-uren en overuren.
3.4
[eiseres] stelt dat de handelwijze van [A] een diepgaande impact heeft gehad op haar mentale gezondheid. Op 23 juli 2024 raakt [eiseres] arbeidsongeschikt. Bijna een jaar later, in juni 2025, is [eiseres] weer hersteld. De gemachtigde van [eiseres] sommeert Daen's Winebar in juni 2025 om alsnog de eindafrekening te voldoen. Daen's Winebar reageert met de stelling dat [eiseres] nooit eerder zou hebben verzocht om de eindafrekening. Daarnaast zou de accountant tijd nodig hebben om de eis van [eiseres] te onderzoeken. Daen's Winebar heeft uiteindelijk geen eindafrekening opgemaakt en/of betaald. Onderzoeksresultaten van de accountant zijn er niet, of niet gedeeld.
Horeca CAO is van toepassing
3.5
Partijen hebben geen schriftelijke arbeidsovereenkomst in de procedure gebracht, omdat deze ofwel niet bestaat (stelling [eiseres] ), of kwijt is (stelling Daen's Winebar ). Dit betekent dat de kantonrechter uitgaat van de wet en de afspraken uit de Horeca CAO. De Horeca CAO is gedurende een groot gedeelte van het dienstverband van [eiseres] Algemeen Verbindend Verklaard (hierna: ‘AVV’) geweest. [1] Dit betekent dat de afspraken uit de Horeca CAO van toepassing zijn op de arbeidsverhouding, ook als partijen dat zelf niet zijn overeengekomen.
Daen's Winebar moet de vakantietoeslag betalen
3.6
Een werkgever is verplicht om na einde dienstverband binnen een maand een eindafrekening op te maken en uit te betalen (zie artikelen 7:623, 7:625 en 7:626 van het Burgerlijk Wetboek, hierna ‘BW’). Daen's Winebar heeft in november 2023 weliswaar een loonstrook opgemaakt, waarop te zien is dat de vakantietoeslag op dat moment € 1.187,85 bedroeg, maar vervolgens niks uitbetaald.
3.7
Daen's Winebar heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat zij de vakantietoeslag moet betalen en dat zij dit nog niet heeft gedaan. De kantonrechter wijst de vordering van [eiseres] tot betaling van € 1.187,85 bruto vakantietoeslag toe.
Daen's Winebar moet de vakantie-uren betalen
3.8
[eiseres] vordert betaling van 459,07 vakantie-uren. Ter onderbouwing verwijst [eiseres] naar een Excelbestand waarin zij haar gewerkte uren en vakantie-uren heeft bijgehouden. Daaruit volgt dat iedere maand 15,83 uur vakantie werd opgebouwd, waarbij [eiseres] de maand mei 2021 niet meerekent. In totaal gaat het dan om 29 maanden en dus totaal 459,07 uren. De kantonrechter zal dit saldo aan vakantie-uren toewijzen en hierna toelichten waarom.
3.9
[eiseres] heeft recht op 190 uur vakantie per jaar. Dit is door Daen's Winebar verklaard tijdens de mondelinge behandeling en dit volgt ook uit de Horeca CAO. Uitgaande van 190 uren per jaar, bouwt [eiseres] inderdaad per maand 15,83 uur vakantie op.
3.1
Uit het Excel-overzicht van [eiseres] blijkt dat zij geen vakantie-uren heeft opgenomen. In plaats daarvan gaf zij iedere maand haar gewerkte uren door aan de accountant. [eiseres] heeft naar eigen zeggen één keer een vakantie opgenomen van twee weken, maar die uren niet als zodanig geregistreerd. In de maand dat zij vakantie genoot, heeft zij simpelweg minder gewerkte uren doorgegeven aan de accountant. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde [eiseres] dat haar vakantie werd verrekend als ‘tijd voor tijd’, omdat zij ook overuren had staan. Hierdoor meent [eiseres] dat zij recht heeft op uitbetaling van alle opgebouwde vakantie-uren.
3.11
Daen's Winebar betwist het saldo aan vakantie-uren. Volgens Daen's Winebar nam [eiseres] ieder jaar al haar vakantie-uren op. Daen's Winebar heeft echter geen administratie overgelegd waaruit deze stelling blijkt, noch enige andere onderbouwing.
Dat komt voor haar rekening en risico. Daen's Winebar is namelijk op grond van de wet en de Horeca CAO verplicht tot een deugdelijke registratie van de arbeids- en rusttijden (zie artikel 4:3 lid 1 van Pro de Arbeidstijdenwet en artikel 3.5 Horeca CAO). Ook op grond van artikel 7:641 lid 2 BW Pro is Daen's Winebar verplicht om een administratie bij te houden van de door de werknemer genoten vakantie. Dit betekent dat Daen's Winebar in beginsel haar betwisting van het saldo vakantie-uren mede moet motiveren aan de hand van een administratie die dan ook door Daen's Winebar in het geding moet worden gebracht (Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF8560). Dat is niet gebeurd.
3.12
Omdat Daen's Winebar geen administratie heeft overgelegd, heeft zij haar betwisting dus onvoldoende gemotiveerd. Daen's Winebar noemt nog de omstandigheid dat [eiseres] als [functie 2] zelf verantwoordelijk was voor het bijhouden van haar vakantie-uren, maar dat neemt niet weg dat (ook) op de werkgever de verplichting rust om een deugdelijke administratie bij te houden. Daen's Winebar kan haar eigen verantwoordelijkheid niet afschuiven op [eiseres] . Ook de stelling van Daen's Winebar dat de wettelijke vakantiedagen zijn vervallen zes maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd, maakt het oordeel niet anders. Daen's Winebar heeft niets gesteld waaruit blijkt dat [eiseres] tijdig is gewaarschuwd voor verval van vakantiedagen, terwijl die informatieplicht wel op de werkgever rust (Hoge Raad 23 juni 2023, ECLI:NL:HR: 2023:955). Van Daen's Winebar mag worden verwacht dat zij haar werknemers, onder wie [eiseres] , aanspoort om tijdig vakantie op te nemen. Dat is niet gebleken.
3.13
Het voorgaande betekent dat Daen's Winebar wordt veroordeeld om 459,07 vakantie-uren te betalen, wat neerkomt op een bedrag van € 8.944,15, (inclusief 8% vakantietoeslag), zoals gevorderd.
Daen's Winebar moet ook de wettelijke verhoging en rente betalen
3.14
Bij te late betaling van loon is een werkgever wettelijke verhoging verschuldigd zoals bedoeld in artikel 7:625 BW Pro. Daen's Winebar had de vakantietoeslag en vakantie-uren binnen een maand na einde dienstverband moeten betalen, oftewel uiterlijk 30 november 2023. Omdat zij dus vanaf 1 december 2023 te laat is met betalen, wordt Daen's Winebar veroordeeld om ook de gevorderde wettelijke verhoging te betalen. De wettelijke verhoging is in dit geval 50% van het loon, wat neerkomt op een bedrag van € 593,93 voor de vakantietoeslag (0,5 x € 1.187,85) en een bedrag van € 4.472,08 voor de vakantie-uren (0,5 x € 8.944,15). In totaal bedraagt de wettelijke verhoging € 5.066,01. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen.
3.15
[eiseres] vordert ook de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de vakantietoeslag, vakantie-uren en de wettelijke verhoging. [eiseres] vordert wettelijke rente vanaf 1 november 2023, maar dat kan de kantonrechter niet toewijzen. De werkgever die op de uiterste betaaldag het loon niet heeft betaald, treedt direct van rechtswege in verzuim, waardoor hij per die dag wettelijke rente moet betalen, indien gevorderd. De uiterste betaaldag was 30 november 2023. De wettelijke rente zal voor wat betreft de vakantietoeslag en de vakantie-uren daarom worden toegewezen vanaf 1 december 2023. Voor de wettelijke verhoging geldt dat eerst een ingebrekestelling nodig is om verzuim te doen intreden. Wettelijke verhoging is geen loon waarvoor op grond van artikel 7:623 BW Pro een fatale betaaltermijn geldt. Op 11 juni 2025 is Daen's Winebar gesommeerd de wettelijke verhoging binnen twee weken te voldoen. Dit betekent dat Daen's Winebar op 26 juni 2025 in verzuim raakte ten aanzien van de wettelijke verhoging. De wettelijke rente over de wettelijke verhoging gaat daarom lopen vanaf 26 juni 2025.
De vordering tot betaling van overuren wordt afgewezen
3.16
[eiseres] vordert betaling van € 6.047,59 bruto, zijnde 310,4 overuren. Ter onderbouwing verwijst [eiseres] naar het door haar overgelegde Excel-overzicht. De kantonrechter zal de vordering afwijzen. Hierna wordt toegelicht waarom.
Horeca CAO bevat afspraken over compensatie van overwerk
3.17
Daen's Winebar betwist dat partijen afspraken hebben gemaakt over uitbetaling van overuren. [eiseres] heeft geen schriftelijke arbeidsovereenkomst in het geding gebracht, waaruit afspraken over overwerk zouden moeten blijken. Toch komt de kantonrechter toe aan een beoordeling van de vordering van [eiseres] tot betaling van overuren, want [eiseres] baseert haar vordering op de Horeca CAO, die grotendeels op de arbeidsverhouding van toepassing is geweest.
3.18
De Horeca CAO bepaalt in artikel 3.13 en 3.14 dat overwerk, dat op verzoek van de werkgever is verricht, moet worden gecompenseerd als ‘tijd voor tijd’. Als ‘tijd voor tijd’ binnen drie maanden na vaststelling van het overwerk niet mogelijk is, moet de werkgever de overuren binnen drie maanden uitbetalen. Indien het dienstverband voortijdig eindigt en overwerkuren niet meer gecompenseerd kunnen worden in ‘tijd voor tijd’, dan worden overwerkuren uitbetaald.
De kantonrechter gaat uit van de stelling van [eiseres] dat zij overwerk heeft verricht
3.19
Daen's Winebar betwist dat [eiseres] overwerk heeft verricht. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde [A] dat het gebruikelijk was dat in de zomer meer uren werden gewerkt, maar dat het de bedoeling was dat [eiseres] die uren in de winter zou inhalen. Bij Daen's Winebar werken veel jonge mensen met een nul-uren-contract die Daen's Winebar aan zich wil binden door hen ook in de winter, als het rustiger is, werk te geven. [eiseres] had daarnaast een assistent om haar te helpen. Naar de kantonrechter begrijpt, bedoelt [A] daarmee te zeggen dat het zou moeten lukken om gemiddeld 38 uur per week te werken in een kalenderjaar. Er is namelijk pas sprake van overwerk als na de referteperiode van één kalenderjaar, meer uren zijn gewerkt dan afgesproken (artikel 1.23 en 3.13 Horeca CAO). Volgens [A] zou daarnaast uit het werkrooster blijken dat [eiseres] geen overuren maakte. De uren die [eiseres] bovenop het werkrooster zou hebben gewerkt, zijn volgens Daen's Winebar gefingeerd.
3.2
Toch gaat de kantonrechter uit van de stelling van [eiseres] dat zij overuren heeft verricht. Uit het Excel-overzicht van [eiseres] blijkt dat zij gedurende haar dienstverband 310,4 uren meer heeft gewerkt dan afgesproken in de referteperiode. Daen's Winebar heeft vervolgens geen administratie van arbeids- en rusttijden laten zien, waaruit iets anders blijkt. Daardoor heeft Daen's Winebar haar betwisting, dat overwerkuren zijn verricht, onvoldoende gemotiveerd. Hiervoor gelden immers dezelfde overwegingen als ten aanzien van de vakantiedagen. De verwijzing door Daen's Winebar naar het werkrooster is onvoldoende, want uit het rooster blijkt niet wat de daadwerkelijk gewerkte uren zijn. Bijvoorbeeld als iemand ziek is, wordt niet volgens het rooster gewerkt, zo heeft [eiseres] onweersproken aangevoerd. Dat Daen's Winebar de door [eiseres] gestelde overuren heeft vergeleken met het werkrooster, is dus onjuist, althans onvoldoende.
Onzeker of de overuren zijn verricht op verzoek van werkgever
3.21
Alleen overwerk dat op verzoek van de werkgever is verricht, komt voor vergoeding in aanmerking. Dat volgt uit de Horeca CAO. [eiseres] stelt dat zij als [functie 2] geacht werd de zaak ‘draaiende’ te houden en dus altijd aanwezig te zijn. Ook in de winter moest zij naar eigen zeggen inspringen voor bijvoorbeeld zieke collega’s. Deze stelling heeft zij echter onvoldoende onderbouwd. [eiseres] heeft wel Whatsapp-berichten aan [A] overgelegd waaruit blijkt dat zij bijvoorbeeld in september 2023 veel extra uren werkte. Maar daaruit kan de kantonrechter niet afleiden dat [A] op de hoogte was dat [eiseres] gedurende het hele jaar meer uren werkte dan afgesproken. Naar de kantonrechter begrijpt, heeft [eiseres] haar functie zo opgevat dat zij het hele jaar aanwezig moest zijn, waaruit een impliciete toestemming voor overuren kan worden afgeleid. Daen's Winebar heeft dat echter niet zo bedoeld. Ook de stelling van [eiseres] dat zij en [A] de enige personen zijn met de benodigde vergunning, en dat zij dus aanwezig moest zijn als [A] dat niet was, is door Daen's Winebar weersproken. [A] was namelijk aanwezig in de [..] [...] Daen's Winebar en kon bij een eventuele controle de vergunning laten zien, zo heeft hij toegelicht. Partijen zijn dus verdeeld of [eiseres] de overuren op (impliciet) verzoek van de werkgever heeft verricht. Maar, zelfs al zouden de overuren wel op verzoek van Daen's Winebar zijn verricht, dan is de vordering van [eiseres] nog steeds niet toewijsbaar.
Schending klachtplicht
3.22
Daen's Winebar stelt dat [eiseres] nooit eerder bij [A] heeft gemeld dat zij overuren had die zij uitbetaald wilde hebben. Pas bij de eindafrekening verzocht [eiseres] om uitbetaling van overuren. De kantonrechter begrijpt uit deze stelling dat Daen's Winebar een beroep doet op de klachtplicht zoals bedoeld in artikel 6:89 BW Pro. De kantonrechter is van oordeel dat dit beroep op artikel 6:89 BW Pro, dat in beginsel geldt voor alle verbintenissen [2] , slaagt.
3.23
[eiseres] hield maandelijks de gewerkte uren bij, ook van haarzelf. Die uren gaf zij vervolgens door aan de accountant. De accountant maakte dan loonstroken die aan Daen's Winebar werden verstrekt om het loon uit te betalen. Voor [eiseres] werd iedere maand een loonstrook opgemaakt uitgaande van een vaste urenomvang van 38 uur per week. [eiseres] ontving dus iedere maand hetzelfde salaris. Het is niet gebleken dat Daen's Winebar op de hoogte was van het daadwerkelijk aantal doorgegeven uren van [eiseres] . Zij gaf die immers door aan de accountant, maar niet (ook) aan [A] . Volgens [A] was er geen contact met de accountant over de gewerkte uren van [eiseres] .
3.24
[eiseres] wist kennelijk wel dat zij recht had op compensatie van overuren, want zij heeft bijvoorbeeld haar vakantie als ‘tijd voor tijd’ opgenomen. Daen's Winebar heeft dus deels wel gepresteerd, door (al dan niet onbewust) ‘tijd voor tijd’ toe te staan. Daardoor heeft [eiseres] bijvoorbeeld nog al haar vakantiedagen tegoed. Daen's Winebar heeft vervolgens niet de overuren die niet in tijd konden worden gecompenseerd, uitbetaald, maar [eiseres] heeft daar ook nooit om verzocht. [eiseres] heeft pas bij einde dienstverband verzocht om betaling van alle overuren, als een soort spaarpot om uit te keren. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat in strijd met de klachtplicht. Immers, doordat pas bij de eindafrekening is verzocht om betaling van overuren, is Daen's Winebar de mogelijkheid ontnomen om de werkzaamheden anders in te richten. [A] verklaarde tijdens de mondelinge behandeling dat hij bijvoorbeeld liever een extra werknemer op nul-uren basis had willen inhuren, want die zijn doorgaans per uur goedkoper dan [eiseres] . Een werkgever moet ook de kans krijgen om bij te sturen. Van [eiseres] mocht daarom worden verwacht dat zij [A] zou aanspreken op de omstandigheid dat het niet lukte om al haar uren in te halen als ‘tijd voor tijd’ én dat Daen's Winebar die uren tussentijds moest uitbetalen. [eiseres] was [functie 2] en had dus een verantwoordelijkheid om eventuele knelpunten, bijvoorbeeld in het werkrooster, bij de werkgever aan te kaarten.
3.25
Kortom, Daen's Winebar wist niet van de overuren van [eiseres] en heeft deze dus niet jaarlijks uitbetaald. Zelfs als Daen's Winebar het wel wist, dan had het op de weg van [eiseres] gelegen om tijdig te klagen dat Daen's Winebar haar de overuren moest uitbetalen. Dat is niet gebeurd, waardoor [eiseres] geen recht heeft op betaling van overuren.
Ook de gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen
3.26
[eiseres] vordert betaling van een schadevergoeding. De materiële schade bedraagt volgens [eiseres] € 2.251,83 en bestaat vooral uit hogere zorgkosten en inkomensschade, omdat [eiseres] bij haar nieuwe werkgever is uitgevallen wegens ziekte. Daarnaast vordert [eiseres] immateriële schadevergoeding, door haar begroot op € 5.000,-. Volgens [eiseres] heeft [A] onbewezen beschuldigingen van een strafbaar feit geuit, haar beschadigd in haar goede naam, haar kansen op de arbeidsmarkt benadeeld en haar ondermijnd in haar gevoel van veiligheid. Daarnaast zou haar psychisch leed zijn aangedaan. [eiseres] heeft haar stellingen echter onvoldoende onderbouwd en concreet gemaakt.
3.27
Voor een recht op schadevergoeding is vereist dat Daen's Winebar onrechtmatig heeft gehandeld. Dat is niet gebleken. Het is uiteraard vervelend als aangifte wordt gedaan, maar Daen's Winebar had daar haar redenen voor, namelijk het ontbreken van geld, de omstandigheid dat [eiseres] de [functie 2] was, met de sleutel van de kluis, en dat zij niet is verschenen op het gesprek bij de accountant om tekst en uitleg te geven. Dat de zaak uiteindelijk is geseponeerd, maakt het doen van aangifte nog niet onrechtmatig.
3.28
Dat [A] de nieuwe werkgever van [eiseres] (zijn ‘ [....] ’) heeft geïnformeerd over de aangifte, was onzorgvuldig en had hij niet moeten doen, maar ook dit levert naar het oordeel van de kantonrechter geen onrechtmatige gedraging op. Bovendien heeft [eiseres] hierdoor geen nadeel ondervonden bij haar nieuwe werkgever, althans dat is niet gesteld of gebleken. [eiseres] heeft haar baan bij de nieuwe werkgever mogen behouden.
3.29
Voor de volledigheid overweegt de kantonrechter nog dat [eiseres] ook het causale verband tussen de verweten gedragingen en de gestelde schade onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het is niet gebleken dat [eiseres] door toedoen van [A] ziek is geworden, want uit de stukken blijkt dat [eiseres] voorafgaand aan de aangifte al mentale/fysieke klachten had. Dit schrijft zij in haar e-mail van 5 oktober 2023, terwijl de beschuldigingen en aangifte van een latere datum zijn.
Daen's Winebar moet de buitengerechtelijke incassokosten vergoeden
3.3
[eiseres] vordert betaling van € 1.017,69 voor de buitengerechtelijke incassokosten. Dat zijn de kosten die [eiseres] heeft gemaakt om te proberen te voorkomen dat zij een procedure moest starten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan, want [eiseres] heeft een advocaat ingeschakeld die voor haar werkzaamheden heeft verricht om de vorderingen buiten rechte voldaan te krijgen. Omdat een deel van de vorderingen van [eiseres] wordt toegewezen, zijn de werkzaamheden terecht verricht. Daarom zal een bedrag van € 926,98 worden toegewezen. Dat is het in het Besluit bepaalde tarief bij een toegewezen hoofdsom van € 15.198,01. Het meerdere zoals gevorderd door [eiseres] wordt afgewezen.
Geen vergoeding voor werkelijke advocaatkosten
3.31
De vordering tot betaling van € 7.163,20 (inclusief btw) voor de werkelijke advocaatkosten wordt afgewezen. Een volledige kostenveroordeling is slechts in uitzonderlijke gevallen toewijsbaar, bijvoorbeeld wanneer sprake is van misbruik van procesrecht. Dat is in deze procedure niet het geval, want dat is niet gesteld of gebleken.
Daen's Winebar moet de proceskosten conform liquidatietarief betalen
3.32
Daen's Winebar is deels in het ongelijk gesteld. [eiseres] is, door de weigering van Daen’s Winebar om tot uitbetaling van de eindafrekening over te gaan, genoodzaakt geweest deze procedure te voeren om haar geld te krijgen. Daarom moet Daen’s Winebar de proceskosten (inclusief het door [eiseres] gevraagde bedrag aan nakosten) betalen.
De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
133,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.167,04
3.33
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.23.
De kantonrechter zal dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals door [eiseres] gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
veroordeelt Daen's Winebar om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.187,85 bruto aan vakantietoeslag, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 1 december 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt Daen's Winebar om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 8.944,15 bruto aan vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 1 december 2023 tot de dag van volledige betaling,
4.3
veroordeelt Daen's Winebar om aan [eiseres] van het te betalen loon een deugdelijke bruto/netto specificatie te verstrekken,
4.4
veroordeelt Daen's Winebar om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 5.066,01 aan wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 26 juni 2025 tot de dag van volledige betaling,
4.5
veroordeelt Daen's Winebar om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 926,98 aan buitengerechtelijke kosten,
4.6
veroordeelt Daen's Winebar in de proceskosten van € 2.167,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Daen's Winebar niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7
veroordeelt Daen's Winebar tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.8
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.1 t/m 4.7 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
4.9
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
SB5790

Voetnoten

1.Staatscourant 2020, 66122 (Horeca- en aanverwante bedrijf 2021 verlenging verbindendverklaring cao-bepalingen) en Staatscourant 2022, 14787 (Horeca- en aanverwante bedrijf 2022/2023 verbindendverklaring cao-bepalingen). Alleen de periode januari 2022 tot 30 juni 2022 was de CAO niet AVV.
2.Vgl. HR 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1278; HR 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1281