ECLI:NL:RBMNE:2026:191
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht bij beëindiging Ziektewetuitkering
Eiser maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering door het Uwv. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in bij de rechtbank. De rechtbank behandelde het beroep op 20 januari 2026, waarbij eiser en de gemachtigde van het Uwv aanwezig waren.
De rechtbank stelde vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Ondanks herinneringen, waaronder een aangetekende brief die niet werd afgehaald, en een gewone brief met een nieuwe termijn, bleef betaling uit. Eiser gaf aan dat hij door een vergissing dacht dat het om een reeds voldane nota ging en betaalde het griffierecht later alsnog.
De rechtbank oordeelde dat deze vergissing onvoldoende was om het verzuim te verontschuldigen. Het is de verantwoordelijkheid van eiser om tijdig te betalen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kon het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Het te laat betaalde griffierecht werd aan eiser terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.