ECLI:NL:RBMNE:2026:1910

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
26 april 2026
Zaaknummer
11977292 \ LC EXPL 25-2479
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51f lid 1 Wetboek van StrafvorderingArt. 51f lid 3 Wetboek van StrafvorderingArt. 236 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvullende immateriële schadevergoeding na strafrechtelijke toekenning

In deze civiele procedure vordert eiser een aanvullend bedrag aan immateriële schadevergoeding van gedaagden, nadat in een eerdere strafzaak reeds een schadevergoeding was toegekend. De politierechter had eiser een bedrag van € 2.346,31 toegewezen, waarvan € 750,00 voor immateriële schade, maar het meer gevorderde was afgewezen.

Eiser stelt dat tijdens de strafprocedure nog niet bekend was dat zijn hand niet volledig zou herstellen, hetgeen aanleiding geeft voor een aanvullende vergoeding. Gedaagden betogen dat de civiele procedure niet meer openstaat vanwege het gezag van gewijsde van het strafvonnis.

De kantonrechter oordeelt dat het gezag van gewijsde slechts geldt voor reeds beoordeelde vorderingen en dat de aanvullende immateriële schade nog niet door de strafrechter is beoordeeld. Daarom wordt eiser ontvankelijk verklaard in zijn vordering. De kantonrechter beveelt een mondelinge behandeling om nadere inlichtingen te verkrijgen, standpunten te bespreken en mogelijke minnelijke regeling te onderzoeken.

Partijen worden verplicht persoonlijk te verschijnen en stukken tijdig in te dienen. De zaak wordt aangehouden tot na de mondelinge behandeling, waarbij ook een schikking mogelijk is. De uitspraak is gedaan door kantonrechter R.M. Berendsen op 15 april 2026.

Uitkomst: Eiser wordt ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot aanvullende immateriële schadevergoeding en mondelinge behandeling wordt bevolen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 11977292 \ LC EXPL 25-2479
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna [eiser] te noemen,
gemachtigde: mr. R.H. Bouwman, advocaat in Amsterdam,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonend in [woonplaats] ,
2.
[gedaagde sub 2],
wonend in [woonplaats] ,
3.
[gedaagde sub 3],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna (in vrouwelijk enkelvoud) [gedaagden c.s] . te noemen,
gemachtigde: mr. M. Bakhuis, advocaat in Apeldoorn.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van [eiser] ;
- de conclusie van antwoord van [gedaagden c.s] .;
- de conclusie van repliek van [eiser] ;
- de conclusie van dupliek van [gedaagden c.s] ..

2.De zaak in het kort

2.1
[gedaagden c.s] . is door de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 3 februari 2023 veroordeeld voor het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [eiser] op 4 juli 2022. De politierechter heeft [gedaagden c.s] . in die strafzaak hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding met rente aan [eiser] . In deze civiele zaak vordert [eiser] dat [gedaagden c.s] . hoofdelijk wordt veroordeeld betaling van een aanvullend bedrag aan schadevergoeding met rente. Volgens [gedaagden c.s] . kan dat niet.

3.De beoordeling

3.1
De kantonrechter beslist dat [eiser] kan worden ontvangen in zijn vordering. Verder bepaalt hij dat er een mondelinge behandeling komt. De beslissingen worden hierna toegelicht.
[eiser] is ontvankelijk
3.2
Vaststaat dat [eiser] zich in de strafzaak heeft gevoegd als benadeelde partij en dat door de politierechter op zijn vordering is beslist. De politierechter heeft aan [eiser] een vergoeding van € 2.346,31 toegewezen, waarvan € 1.596,31 voor materiële schade en
€ 750,00 voor immateriële schade. Het meer of anders gevorderde heeft de politierechter afgewezen.
3.3
In deze zaak vordert [eiser] een vergoeding van € 10.000,00 voor immateriële schade als gevolg van het door [gedaagden c.s] . gepleegde feit, onder aftrek van de door de politierechter toegewezen – en door [gedaagden c.s] . inmiddels betaalde – vergoeding voor immateriële schade van € 750,00. [gedaagden c.s] . betoogt dat de gang naar de burgerlijke rechter niet meer openstaat voor [eiser] . Zij wijst erop dat het vonnis van de politierechter onherroepelijk is geworden.
3.4
De kantonrechter overweegt dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces en schadevergoeding vorderen (artikel 51f lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv)). Op deze vordering is het materiële burgerlijke recht van toepassing. Zowel materiële als immateriële schade kan in het strafproces voor vergoeding in aanmerking komen. De benadeelde partij kan er voor kiezen zich in het strafproces slechts voor een deel van zijn vordering te voegen (artikel 51f lid 3 Sv). Aan een onherroepelijk geworden uitspraak van de strafrechter komt in een civielrechtelijke procedure gezag van gewijsde toe op de voet van artikel 236 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering, voor zover daarin de vordering van de benadeelde partij (geheel of gedeeltelijk) is toe- of afgewezen (HR 15 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2654). Dit houdt in dat de beslissingen in die uitspraak voor partijen bindend zijn en dat in latere procedures tussen dezelfde partijen onbetwistbaar vastligt wat de strafrechter omtrent de rechtsbetrekking tussen deze partijen in die uitspraak heeft beslist. Het gezag van gewijsde is niet beperkt tot het dictum van de beslissing van de strafrechter, maar strekt zich ook uit tot de dragende overwegingen daarvan.
3.5
De kantonrechter volgt [eiser] in zijn standpunt dat de huidige vordering nog niet door de politierechter is beoordeeld. Uit de door [eiser] overgelegde stukken volgt dat [eiser] in de strafprocedure een vergoeding van € 750,00 voor immateriële schade heeft gevorderd voor een ‘breuk in de vinger’ en ‘herbelevingen’. [eiser] verklaart, onder overlegging van en verwijzing naar medische informatie van november 2023, dat tijdens de strafprocedure nog niet bekend was dat zijn hand, die bij het feit waarvoor [gedaagden c.s] . is veroordeeld beschadigd is geraakt, niet volledig zal herstellen. De kantonrechter gaat er gelet op dit alles dan ook van uit dat de politierechter over de aanvullende immateriële schade zoals die nu door [eiser] wordt gepresenteerd, nog geen oordeel heeft gegeven. Dat betekent dat [eiser] in zijn vordering kan worden ontvangen.
De kantonrechter bepaalt dat er een mondelinge behandeling komt
3.6
Volgens [eiser] is in zijn geval een totale immateriële schadevergoeding van
€ 10.000,00, gelet op de Rotterdamse Schaal, gerechtvaardigd. [gedaagden c.s] . plaatst daar kanttekeningen bij.
3.7
De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
3.8
De kantonrechter wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij op de mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.
3.9
Indien een partij wenst dat de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil rekening houdt met bijvoorbeeld brieven of andere schriftelijke stukken, dient zij deze uiterlijk tien dagen voordat de zitting plaatsvindt aan de kantonrechter en haar wederpartij toe te zenden.
3.1
Op de mondelinge behandeling wordt aan de gemachtigden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Er zal geen gelegenheid worden gegeven om een pleitnota of spreek-/zittingsaantekeningen voor te dragen.
3.11
Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de kantonrechter tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen.
3.12
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1
beveelt een mondelinge behandeling en verschijning van partijen, bijgestaan door hun gemachtigden, voor het geven van inlichtingen, het nader onderbouwen van hun stellingen en het beproeven van een minnelijke regeling, door een nog aan te wijzen kantonrechter van deze rechtbank, op een door de kantonrechter vast te stellen datum en tijd,
4.2
bepaalt dat partijen dan in persoon aanwezig moet zijn;
4.3
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 29 april 2026voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
junitot en met
september 2025, waarna dag en uur van de mondelinge behandeling zullen worden bepaald,
4.4
bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de kantonrechter het tijdstip van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,
4.5
bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
4.6
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling
90 minutenzal worden uitgetrokken,
4.7
bepaalt dat een partij uiterlijk tien dagen voor de dag van de mondelinge behandeling aan de kantonrechter en de wederpartij (kopieën van) de stukken (voor zover nog niet in het geding gebracht) waarop zij tijdens de zitting een beroep wenst te doen moet toesturen;
4.8
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.
13702