Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
Procesverloop
€ 554.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenares van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
22 augustus 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.
Overwegingen
96 m². De woning ligt op een perceel van 115 m².
m²-prijs van de woning is echter € 4.372,- en de gemiddelde m²-prijs van de referentiewoningen is aanzienlijk lager met € 5.248,-. Dat is een verschil van bijna een ton. Daarmee is er genoeg ruimte in de matrix om de woning naar een met de referentiewoningen vergelijkbaar niveau te krijgen. Uit de matrix volgt dat de beschikte waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen en voegt hieraan toe dat als eiseres met haar gronden wilde aangeven dat de bouwkundige kwaliteit van de woning slecht is het op de weg van eiseres had gelegen om hier objectief, verifieerbaar bewijs voor aan te dragen, zoals offertes voor reparatie of een bouwkundige rapportage waaruit duidelijk blijkt dat er iets mis is met de bouwkundige kwaliteit, de foto’s volstaan daarbij niet. De beroepsgronden slagen niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2026.