NS Reizigers heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV van 25 februari 2025, waarop het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat het UWV de ingebrekestelling van 22 oktober 2025 heeft ontvangen en sindsdien de wettelijke beslistermijn is verstreken. NS Reizigers heeft vervolgens op 9 januari 2026 beroep ingesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met de door het UWV genoemde omstandigheden zoals het tekort aan verzekeringsartsen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Daarnaast wordt het beroep kennelijk gegrond verklaard, waardoor het UWV het griffierecht van €397 en proceskosten van €467 aan NS Reizigers moet vergoeden. De rechtbank wijst een lager proceskostenbedrag toe vanwege de beperkte aard van het geschil en het inschakelen van een professionele gemachtigde.