ECLI:NL:RBMNE:2026:2029
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden nadat eiseres hem op 17 juni 2025 in gebreke had gesteld. De rechtbank stelt vast dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert bij beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. In deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 18 juni 2026 een besluit moet nemen. De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 53,-). De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 24 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.