Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 18 december 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 28 mei 2025 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
De rechtbank wijst proceskosten toe aan eiseres en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht. De rechtbank sluit aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over realistische beslistermijnen in dergelijke zaken.