Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 28 augustus 2025 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar deze termijn is verstreken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat meer dan zestig weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder te laat is.
De rechtbank volgt het beleid van de rechtspraak en wijkt af van een hoger voorgesteld dwangsombedrag omdat er geen sprake is van weigerachtigheid, maar van een ernstig tekort aan menskracht. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en griffier L. El Kabch op 17 april 2026 en is verzonden aan partijen. Eiseres kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.