Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder heeft een woning in bewaring gegeven en stelt dat de verhuurder de huurprijs onterecht heeft verhoogd op basis van het inkomen van de huisbewaarder in plaats van de geldende sociale huurverhogingspercentages. Zij vordert terugbetaling van € 2.528,16 plus rente en kosten.
De verhuurder betwist dit en stelt dat de huurprijsverhogingen rechtsgeldig en conform de wettelijke voorschriften zijn doorgevoerd. De huurder heeft de verhogingen betaald en geen bezwaar gemaakt bij de huurcommissie binnen de wettelijke termijn.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder eerst bezwaar had moeten maken bij de huurcommissie, conform artikel 7:253 BW Pro, en dat het ontbreken daarvan leidt tot niet-ontvankelijkheid van haar vordering. Ook een verzoek tot huurverlaging met terugwerkende kracht is slechts deels toegekend en ook daartegen had bezwaar bij de huurcommissie moeten worden gemaakt. De vordering wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering huurder niet-ontvankelijk wegens ontbreken bezwaar bij huurcommissie, huurder veroordeeld in proceskosten.