De kantonrechter van Rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van de verhuurder om een deskundige te benoemen die zou adviseren over een nadere huurprijsvaststelling van een bedrijfsruimte. De bedrijfsruimte werd verhuurd aan de huurder die sinds 1 februari 2025 een huurprijs van €450 exclusief btw betaalt. De verhuurder stelde dat deze huurprijs te laag is en wilde een deskundige inschakelen om de huurprijs te herzien.
De kantonrechter oordeelde dat er in februari 2025 nadere afspraken zijn gemaakt over de huurprijs, waardoor de wettelijke wachttijd van vijf jaar voor een nieuwe huurprijsvaststelling is ingegaan. Dit betekent dat een verzoek om huurprijsherziening pas na 1 februari 2030 mogelijk is. De verhuurder was dus te vroeg met zijn verzoek. De kantonrechter stelde vast dat de wijziging van de huurprijs niet van verwaarloosbare betekenis was en dat de verhuurder als rechtsopvolger van de vorige verhuurder aan deze afspraak gebonden is.
Het verzoek om een deskundige te benoemen werd daarom afgewezen en de verhuurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de huurder. De uitspraak bevestigt de toepassing van de wettelijke regels omtrent huurprijsherziening en de wachttijd van vijf jaar na de laatste wijziging.