ECLI:NL:HR:2008:BB5923
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering huurprijsvaststelling wegens tussentijdse nieuwe huurprijs
In deze zaak huurt verweerder sinds 1993 een bedrijfsruimte van eiser. De huurovereenkomst werd verlengd met een optieperiode, maar partijen konden het niet eens worden over de huurprijs vanaf 1 juni 1998. Verweerder vorderde daarop rechterlijke vaststelling van de huurprijs op grond van art. 7A:1632a BW.
Eiser stelde zich op het standpunt dat partijen tussentijds, op 21 februari 1996, een nieuwe huurprijs waren overeengekomen die per 1 april 1996 inging. Volgens eiser was verweerder daarom niet ontvankelijk in zijn vordering omdat nog geen vijf jaar waren verstreken sinds die nieuwe huurprijs.
Het hof verwierp dit standpunt en bevestigde de eerdere vonnissen die de huurprijs vaststelden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had, omdat na een tussentijdse nieuwe huurprijs de rechter pas na vijf jaar een nadere huurprijsvaststelling kan doen. De tussentijdse aanpassing was niet van verwaarloosbare betekenis, zodat verweerder niet-ontvankelijk verklaard moest worden.
De Hoge Raad vernietigde daarom de vonnissen en arresten van lagere instanties en verklaarde verweerder niet-ontvankelijk in zijn vordering tot huurprijsvaststelling. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verweerder is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot huurprijsvaststelling wegens tussentijdse nieuwe huurprijs binnen vijf jaar.