ECLI:NL:RBMNE:2026:2284
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, maar de Dienst Toeslagen heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en bepaalt dat een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn realistisch is. In deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 17 augustus 2026 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en vergoeding van proceskosten.