ECLI:NL:RBMNE:2026:2286
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar van 2 juni 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden, wat niet in geschil is. Na ingebrekestelling op 12 maart 2026 stelde eiseres op 1 april 2026 beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een realistische termijn een besluit moet nemen. Gelet op de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn, in dit geval tot uiterlijk 4 januari 2027.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€ 467,-) en het betaalde griffierecht (€ 54,-).
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 4 januari 2027 een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.