Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
9 maart 2023 een dwangsom verschuldigd. Doordat de gemachtigde van eiser op
14 mei 2023 op de hoogte is gebracht van de uitspraak op bezwaar dient de heffingsambtenaar een dwangsom te verbeuren voor 42 dagen. [3] De rechtbank stelt op grond van artikel 8:55c van de Awb vast dat de maximale dwangsom van € 1.442,- is verschuldigd.
Conclusie en gevolgen
14 augustus 2025. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Uit het arrest van de Hoge Raad van 15 mei 2020 (ECLI:NL:HR:2020:866) volgt dat alleen dan sprake is van een conclusie van repliek in de zin van artikel 8:43 van Pro de Awb, als de rechter de indiener van het beroepschrift op diens verzoek of ambtshalve in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk te repliceren. Dit heeft de rechter in deze zaak niet gedaan. Dit vindt bevestiging in de omstandigheid dat de rechter de heffingsambtenaar niet in de gelegenheid heeft gesteld schriftelijk te dupliceren. [5]
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- stelt de door de heffingsambtenaar te betalen dwangsom vast op € 1.442, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 633,50 aan proceskosten;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar over het griffierecht en de proceskosten wettelijke rente is verschuldigd, vanaf het moment dat vier weken zijn verstreken na de dag van verzending van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.