ECLI:NL:RBMNE:2026:2304
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering achterstallig loon en pensioenafdracht in kort geding
Eiser, werkzaam via gedaagde als Senior Werkvoorbereider sinds oktober 2018, vordert betaling van achterstallig loon, een loonsverhoging per 1 februari 2026, en heraanmelding bij het pensioenfonds met betaling van achterstallige pensioenpremies. Gedaagde, een uitzendbureau, verschijnt niet in de procedure. De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft vanwege zijn afhankelijkheid van het loon en pensioenpremies voor zijn levensonderhoud.
Tijdens de mondelinge behandeling erkent een contactpersoon van gedaagde telefonisch een deel van de vorderingen, terwijl gedaagde geen verweer voert. De kantonrechter vindt de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond en wijst deze toe, met een maximum aan dwangsommen van €4.000 per vordering.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over twee perioden, de loonsverhoging, wettelijke verhogingen en rente, heraanmelding bij het pensioenfonds met terugwerkende kracht per 1 november 2024, en afdracht van pensioenpremies. Tevens moet gedaagde bewijs van afdracht verstrekken. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, loonsverhoging, pensioenpremies en heraanmelding bij pensioenfonds met dwangsommen en proceskosten.