Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,
- de conclusie van dupliek in reconventie, mondeling gegeven op de rolzitting van 4 februari 2026, waarbij ook (links naar) filmmateriaal is overgelegd,
- de akte van [gedaagde] , waarbij is gereageerd op het overgelegde filmmateriaal.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
“Voorbeelden van vertrekken zijn een woonkamer, hobby- en/of studeerkamer, slaapkamer en eetkamer die voldoen aan de gestelde eisen.”In rubriek 2.2.2 van het Beleidsboek staat:
“Een overige ruimte is bijvoorbeeld een bijkeuken, berging, wasruimte, kelder of toiletruimte die voldoet aan de voorwaarden van een overige ruimte.”De kantonrechter interpreteert dat zo, dat een vertrek een functie moet hebben om regulier gebruikt te worden bij de normale woonruimte. Maar de ruimte die [eiser] als vertrek beoordeeld wenst te zien wordt in de plattegrond van de woning omschreven als ‘schuur’. Die schuur is niet vanuit de woonruimte toegankelijk (productie 4 van [eiser] ). Het kan zijn dat de schuur op zichzelf voldoet aan de voor een vertrek genoemde eisen (rubriek 2.2.1.2 van het beleidsboek), maar de schuur heeft niet het karakter van reguliere woonruimte. De Huurcommissie heeft de schuur daarom terecht als ‘overige ruimte’ gewaardeerd. Er worden daarom geen extra punten voor de schuur toegekend.
- De voordeur zou lastig sluiten, waarbij er kieren door de onderzoeker van de Huurcommissie (productie 4 van [gedaagde] ) zijn geconstateerd van meer dan 8 mm. Dit levert volgens de Huurcommissie een gebrek op in de categorie C nummer D5 van het Beleidsboek Gebreken van de Huurcommissie (hierna: het Gebrekenboek).
- De deuren van de berging en de poort zijn niet afsluitbaar, wat een gebrek oplevert in de categorie C nummer I4 van het Gebrekenboek.
“Er is geconstateerd dat de voordeur (hou) naar behoren geopend en gesloten kan worden”. Maar de onderzoeker schrijft verder
“Ter plaatse van de voordeur zijn kieren geconstateerd (zie foto’s hieronder). Deze kieren hebben een grootte groter dan 8 mm.”(zie pagina 3 van het rapport, productie 4 van [gedaagde] ). Op de door de onderzoeker in het rapport geplaatste foto’s is te zien dat twee kieren respectievelijk 20 en 12 mm breed zijn. De kantonrechter houdt het ervoor dat de kieren het hoofdgebrek zijn. Dat is een gebrek van een andere categorie dan de Huurcommissie heeft geoordeeld. De kieren zijn namelijk een gebrek zoals bedoeld in categorie C nummer D6:
“Het kozijn/de deur/het raam schrankt zodanig dat de sluitnaad van de deur of het raam op een enkele plaats zodanig groot is dat deze met eenvoudige voorzieningen niet meer is af te dichten”met als toelichting
“In het algemeen gaat de Huurcommissie uit van een ernstig gebrek als de sluitnaad 10 mm of meer bedraagt.”De aanwezigheid van dit gebrek staat voldoende vast.
“Overige bevindingen”in het rapport, productie 4 van [gedaagde] ). Die overige gebreken hoeft de kantonrechter niet te beoordelen, omdat [gedaagde] niet zegt tot welke rechtsgevolgen die gebreken zouden moeten leiden wanneer deze vast zouden komen te staan. [gedaagde] vordert op dit punt niets.