Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 15 juli 2025;
- het verweerschrift (met bijlagen) van de moeder van 10 september 2025;
- het bericht (met bijlage) van de moeder van 16 oktober 2025 (via F9-formulier);
- het verweerschrift (met bijlage) van de moeder van 22 oktober 2025.
- het bericht (met bijlage) van de moeder van 6 februari 2026 (via F9-formulier);
- de brief (met bijlagen) van de vader van 24 februari 2026;
- het (aanvullende) verweerschrift van de moeder van 4 maart 2026.
2.Waar de procedure over gaat
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] .
- beslist dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de BRP staan ingeschreven op het adres van de moeder;
- een zorgregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen vastgesteld;
- bepaald dat de vader met ingang van de datum van de beschikking, bij vooruitbetaling, een bedrag van € 177,- per kind per maand moet betalen aan de moeder, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
- de moeder geen vervangende toestemming verleend om met de kinderen naar [plaats] te verhuizen;
- de beschikking van het gerechtshof van 18 januari 2024 gewijzigd, in die zin dat de vader vanaf 16 maart 2023 € 150,- per kind per maand, vanaf 1 januari 2025 € 159,- per kind per maand, vanaf 27 november 2024 € 110,- per kind per maand en vanaf 1 januari 2025 € 117,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen;
- bepaald dat de volledige kinderbijslag vanaf 16 maart 2023 aan de moeder toekomt.