Uitspraak
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
De beslissing
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeksters, middellijk bestuurders van gefailleerde vennootschappen, hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die een inlichtingenverhoor leidde op grond van artikel 105 Faillissementswet Pro. Zij stelden dat de rechter-commissaris zich al bij aanvang van het verhoor had vereenzelvigd met het negatieve perspectief van de curator.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek ontvankelijk is omdat artikel 36 Rv Pro ook van toepassing is op rechter-commissarissen die in faillissementen een inlichtingenverhoor leiden. De rechter-commissaris heeft de middellijk bestuurder scherp gewezen op zijn informatieplicht en de mogelijke consequenties van niet-nakoming geschetst, maar dit betekent niet dat hij partijdig was.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve schijn van partijdigheid bestond. De rechter-commissaris gaf de bestuurder de kans om zijn verhaal te doen en handhaafde een kritische maar rechtvaardige houding. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de faillissementsprocedure wordt voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve schijn van partijdigheid.