Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2384

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
C/16/590669 / FA RK 25-534
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10:31 BWArt. 10:33 BWArt. 1:151 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en hoofdverblijfplaats minderjarige na erkenning huwelijk Eritrea

De vrouw verzoekt de rechtbank de echtscheiding uit te spreken van het huwelijk dat partijen in 2013 in Eritrea zijn aangegaan. De man is niet verschenen en heeft het verzoek niet betwist. De rechtbank erkent het huwelijk als rechtsgeldig op basis van een kerkelijke huwelijksakte en de registratie in de Basisregistratie Personen.

De vrouw vraagt tevens om de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige zoon bij haar vast te stellen en om haar als huurster van de gezamenlijke woning aan te wijzen. De man is onvindbaar en onbereikbaar, waardoor het opstellen van een ouderschapsplan niet van de vrouw kan worden verlangd.

De rechtbank oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vrouw vastgesteld, gelet op haar zorg en het ontbreken van contact met de man. Ook wordt de vrouw als huurster van de woning aangewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, stelt de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw vast en wijst haar toe als huurster van de woning.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/590669 / FA RK 25-534
Echtscheiding
Beschikking van 14 april 2026
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. C.A.H. Boom,
tegen
[de man],
wonende op een onbekend adres,
hierna te noemen: de man.

1.De procedure

1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift van de vrouw (met bijlagen), binnengekomen op 24 maart 2025;
  • het bericht van de vrouw van 25 maart 2025;
  • het bericht van de vrouw (met bijlage) van 8 april 2025;
  • het bericht van de vrouw van 22 april 2025;
  • het bericht van de vrouw van 17 juni 2025;
  • het bericht van de vrouw van 5 maart 2026.
1.2
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 17 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en haar tolk B. Haepteessaias;
- [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
Aan de begeleiders van de vrouw, [B] en [C] van het Buurtteam, is bijzondere toegang verleend.
1.3
De man is, hoewel juist opgeroepen, niet verschenen.
1.4
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige] , de zoon van de ouders, niet gevraagd wat hij van de verzoeken vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.

2.Waar de procedure over gaat

2.1
Partijen zijn volgens de Basisregistratie Personen (BRP) op [trouwdatum] 2013 met elkaar getrouwd in Eritrea. Partijen hebben geen recent afschrift of een uittreksel van de huwelijksakte overgelegd.
2.2
De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.3
Partijen zijn de ouders van: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] . Zij zijn van rechtswege gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.4
De vrouw verzoekt de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
2.5
Daarnaast verzoekt de vrouw de rechtbank om:
  • te bepalen dat de zij huurster zal zijn van de woning aan de [adres] te [plaats] ;
  • te bepalen dat [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats zal hebben bij de vrouw.

3.De beoordeling

De beslissing
3.1
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken. Verder zal de rechtbank bepalen dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan de [adres] te [plaats] en bepalen dat [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats zal hebben bij de vrouw.
De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.2
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen en het Nederlands recht is op die verzoeken van toepassing.
De erkenning van het huwelijk
3.3
Voordat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het echtscheidingsverzoek zal, gelet op artikel 10:33 BW Pro, de rechtbank eerst moeten beoordelen of het tussen partijen gesloten huwelijk als rechtsgeldig in Nederland kan worden erkend.
3.4
Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit (art. 10:31 lid 4 BW Pro), behoudens tegenbewijs.
3.5
De rechtbank beoordeelt deze kwestie aan de hand van de in Eritrea geldende
Transitional Civil Code of Eritrea(TCCE) uit 1991. Uit het Algemeen ambtsbericht Eritrea van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van oktober 2019 blijkt weliswaar dat de Eritrese regering in mei 2015 vier nieuwe wetboeken heeft ingevoerd, waaronder een Burgerlijk Wetboek, maar ook dat deze in de praktijk niet worden toegepast door rechtbanken en advocaten. Civiele zaken worden nog steeds behandeld op basis van de TCCE. De rechtbank sluit daarom voor de beoordeling aan bij deze wetgeving.
3.6
Ter onderbouwing van het huwelijk heeft de vrouw een kerkelijke huwelijksakte van de Ethiopisch-Orthodoxe [naam] Kerk overgelegd. Zij heeft verklaard dat zij niet beschikt over andere documenten met betrekking tot het huwelijk. Volgens haar is het huwelijk rechtsgeldig in Eritrea gesloten. Daarnaast heeft zij bij haar komst naar Nederland onder ede verklaard dat zij gehuwd was. Op basis daarvan heeft de gemeente haar in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd als gehuwd.
3.7
De rechtbank heeft gelet op de verklaring die de vrouw daarvoor heeft gegeven, geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit van de kerkelijke huwelijksakte. Religieuze en gewoonterechthuwelijken zijn in Eritrea wettelijk geldig, ook als ze niet zijn geregistreerd. De vrouw heeft daarmee naar het oordeel van de rechtbank een akte in de zin van artikel 10:31 lid 4 overgelegd Pro, zodat het huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn. Omdat geen tegenbewijs is geleverd, komt het huwelijk voor erkenning in Nederland in aanmerking.
Het ontbreken van het ouderschapsplan
3.8
Het is partijen nog niet gelukt een ouderschapsplan te maken. In een ouderschapsplan staan de afspraken over de kinderen, zoals wanneer de kinderen bij wie zijn en hoe partijen elkaar op de hoogte houden over de kinderen. Als partijen geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat partijen zo’n plan hebben gemaakt. De
rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van partijen kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken.
3.9
De rechtbank is van oordeel dat van de vrouw in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij alsnog samen met de man een ouderschapsplan opstelt, omdat de man momenteel onvindbaar en onbereikbaar is. De vrouw is in 2017 naar Nederland gekomen. De man is nooit naar Nederland gereisd, hoewel het aanvankelijk de bedoeling was dat hij zich hier ook zou vestigen. De vrouw heeft de man voor het laatst in 2022 in Sudan gezien. Tot juli 2024 hebben partijen nog telefonisch contact gehad. Sindsdien is het de vrouw niet meer gelukt om contact met de man te krijgen. Ook een poging om via de moeder van de man contact te leggen, is zonder resultaat gebleven.
Inhoudelijk
3.1
Omdat het huwelijk van partijen in Nederland wordt erkend en de rechtbank niet verwacht van partijen dat zij een ouderschapsplan maken, is de vrouw ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken inhoudelijk worden behandeld.
De echtscheiding
3.11
Op grond van artikel 1:151 BW Pro wordt een echtscheiding op verzoek van één van de echtgenoten uitgesproken wanneer het huwelijk duurzaam is ontwricht. De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat partijen niet samen verder kunnen als echtgenoten. De man is niet in de procedure verschenen om dat te betwisten. Dat betekent dat de rechtbank het verzoek van de vrouw zal toewijzen en de echtscheiding tussen partijen uit zal spreken.
De hoofdverblijfplaats van [minderjarige]
3.12
De rechtbank bepaalt verder dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw zal zijn. Tijdens de zitting is gebleken dat de man sinds 2024 geen contact meer heeft met de vrouw. Verder staat vast dat de vrouw al zijn hele leven de dagelijkse zorg voor [minderjarige] draagt. De man heeft [minderjarige] slechts een enkele keer via videobellen gezien, maar is nooit naar Nederland gereisd om hem persoonlijk te ontmoeten. Het verzoek van de vrouw is door de man niet weersproken en de rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de hoofdverblijfplaats bij de vrouw wordt bepaald.
De woning
3.13
De rechtbank bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking huurster zal zijn van de woning aan de [adres] te [plaats] . Dit verzoek wijst de rechtbank als onweersproken toe.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.14
De rechtbank zal de beslissing (gedeeltelijk) uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. De uitvoerbaarheid bij voorraad geldt niet voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [trouwdatum] 2013 in Eritrea;
4.2
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [minderjarige] bij de vrouw zal zijn;
4.3
bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurster is van de woning aan de [adres] in [plaats] ;
4.4
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor zover het de echtscheiding betreft.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. C.A. Lammertink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.