Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:2436

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
16 mei 2026
Zaaknummer
UTR 24/4954
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 228a GemeentewetArt. 2 Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Utrechtse Heuvelrug 2024Art. 3 Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Utrechtse Heuvelrug 2024
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling aanslag rioolheffing wegens afvoer hemelwater via gemeentelijke riolering

Eiser betwistte de aanslag rioolheffing voor het perceel aan een adres in Utrecht, stellende dat zijn woning niet direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Hij wees op eigen zinkputten en het feit dat de pomp niet werkte en er geen water via de gemeentelijke drukriolering werd afgevoerd.

De heffingsambtenaar stelde dat het perceel wel degelijk is aangesloten op de gemeentelijke drukriolering en dat bij harde regenval overtollig hemelwater via een put aan de voorzijde van het perceel wordt afgevoerd. De rechtbank vond dat eiser aannemelijk had gemaakt dat afvalwater niet via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, maar onvoldoende had bewezen dat er geen hemelwater in het gemeentelijk riool terechtkomt.

De rechtbank concludeerde dat ook bij afvoer van een relatief kleine hoeveelheid hemelwater gebruik wordt gemaakt van de gemeentelijke riolering. Daarom is de aanslag rioolheffing op grond van de Verordening terecht opgelegd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, en hij kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag rioolheffing wegens indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4954

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 11 juni 2024.
1.1.
In de beschikking van 29 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar eiser als eigenaar van het pand aan de [adres] in [plaats] voor het belastingjaar 2024 een aanslag in de rioolheffing opgelegd.
1.2.
Eiser is tegen deze beschikking in bezwaar gegaan. Met de uitspraak op bezwaar van 11 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft hierop gereageerd met een aanvullend beroepschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Beoordeling door de rechtbank

2. Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet en artikel 2 van Pro de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Utrechtse Heuvelrug 2024 (de Verordening) wordt onder de naam rioolheffing een directe belasting geheven ter bestrijding van onder andere de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater.
3. Op grond van artikel 3, eerste lid van de Verordening wordt de belasting geheven van degene die een perceel gebruikt van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
4. De rechtbank beoordeelt of de aanslag rioolheffing terecht aan eiser is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
5. Eiser stelt dat zijn woning niet direct of indirect is aangesloten op het riool. Doordat er geen gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk riool is de aanslag rioolheffing volgens eiser ten onrechte opgelegd. De woning van eiser beschikt namelijk over een eigen rioolaansluiting op twee zinkputten aangelegd door de firma [bedrijf] uit Maarsbergen. Jaarlijks hebben door de gemeente ingehuurde monteurs vastgesteld dat er nooit afval- of regenwater door de gemeentelijke drukriolering is afgevoerd. De pomp in de put heeft dan ook al jaren niet gewerkt en de meterstand is in al die jaren ongewijzigd gebleven. Ook het regenwater blijft volgens eiser op het terrein van zijn woning. Alle regenpijpen van de woning van eiser lozen direct naast het huis en worden deels opgevangen in regentonnen. Daarnaast wordt het regenwater door beplanting in de tuin opgevangen.
5.1.
De heffingsambtenaar heeft hierover in het verweerschrift en ter zitting toegelicht dat in het perceel van eiser een gemeentelijke riolering in de vorm van een drukriolering aanwezig is. Deze drukriolering is in beheer bij de gemeente. Het perceel is derhalve direct aangesloten op de gemeentelijke riolering. Verder blijkt er volgens de heffingsambtenaar uit de foto’s dat er sprake is van een indirecte aansluiting van het perceel op de gemeentelijke riolering. In het geval van (harde) regenval wordt het overtollige hemelwater dat op de verharding valt, en het hemelwater dat niet via een regenton kan worden opgevangen, mede afgevoerd naar een put aan de voorzijde van het perceel. Er is dus sprake van inzameling van afvloeiend hemelwater en verwerking van het ingezamelde hemelwater.
6. De rechtbank overweegt hierover als volgt. De rechtbank is van oordeel dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor zijn afvalwater niet direct gebruik maakt van de gemeentelijke drukriolering. Het perceel van eiser beschikt namelijk over twee zinkputten. De woning van eiser is daarom niet aangesloten op de drukriolering. De heffingsambtenaar heeft tegen dit standpunt niks concreets aangevoerd. Het standpunt van eiser dat zijn perceel ook niet indirect gebruik maakt van de gemeentelijke riolering volgt de rechtbank niet. De rechtbank is namelijk van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er geheel geen hemelwater in het gemeentelijk riool terecht komt. De rechtbank is het met de heffingsambtenaar eens dat er hemelwater via de drukrioleringsput in de riolering terecht kan komen. Bovendien wijst de verroeste pomp in de drukrioleringsput erop dat er water in de put is geweest. Daar komt bij dat de oprit van het perceel van eiser weliswaar schuin afloopt, maar dit betekent niet dat er bij harde regenval in zijn geheel geen hemelwater naar de put aan de voorzijde van het perceel loopt. De rechtbank overweegt hierbij dat zij gelooft dat het merendeel van het hemelwater in de tuin en in de regentonnen wordt opgevangen en er relatief weinig hemelwater van het perceel van eiser in het gemeentelijk riool wordt afgevoerd. De rechtbank is echter van oordeel dat ook bij het afvoeren van een relatief kleine hoeveelheid hemelwater er gebruik wordt gemaakt van de gemeentelijke riolering. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van opvang en verwering van afvloeiend hemelwater bij het perceel en dat op grond van artikel 2, onder b van de Verordening een aanslag rioolheffing mag worden opgelegd.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
mr.D. Burggraaf, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.