ECLI:NL:RBMNE:2026:2441
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bevestigd, concurrentiebeding nietig verklaard
Verzoeker trad op 1 januari 2025 in dienst bij verweerder als Director en stelde dat dit op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was, terwijl verweerder stelde dat het een overeenkomst voor bepaalde tijd van één jaar betrof. Verzoeker vorderde een verklaring voor recht dat hij in dienst was voor onbepaalde tijd, wedertewerkstelling en loon, en voor het geval van afwijzing vernietiging van het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelde dat de door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst als onderhandse akte dwingend bewijs levert dat het een overeenkomst voor bepaalde tijd betreft. Verzoeker kon onvoldoende tegenbewijs leveren, ondanks zijn stellingen over gedragingen van verweerder, een conceptovereenkomst, een vermeend telefoongesprek en deelname aan een bonusregeling.
De kantonrechter wees de primaire vorderingen af en verklaarde het concurrentiebeding nietig, omdat verweerder dit ook betwistte. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard. De beschikking werd op 6 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is voor bepaalde tijd en de vorderingen van verzoeker worden afgewezen; het concurrentiebeding is nietig.