ECLI:NL:RBMNE:2026:25

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
C/09/637060 / FA RK 22-7127
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het KindArt. 20 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het KindArt. 4.1.1 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank kan geen beslissing nemen over verblijfplaats minderjarige onder voogdij

De minderjarige, die onder voogdij staat van een gecertificeerde instelling (GI), verzocht de rechtbank om te bepalen dat zij bij haar pleegouders mag blijven wonen. De rechtbank voerde gesprekken met de minderjarige, pleegouders, de GI en de stichting Timon, die een screeningsonderzoek uitvoerde naar de pleegouders. Timon concludeerde dat de pleegouders niet als netwerkpleeggezin geschikt zijn vanwege onvoldoende stimulering van de eigen identiteit en het netwerk van de minderjarige.

De pleegouders betwistten deze conclusies en gaven aan open te staan voor hulpverlening. De rechtbank constateerde dat de GI de voogdij heeft en daarmee de beslissingsbevoegdheid over de verzorging, opvoeding en verblijfplaats van de minderjarige. De rechtbank onderzocht of zij zelf bevoegd was om een beslissing te nemen over de woonplaats, maar vond geen wettelijke grondslag hiervoor, ook niet in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind of de Jeugdwet.

De rechtbank vond het teleurstellend dat zij geen inhoudelijke beslissing kon nemen en besloot geen bijzondere curator te benoemen, omdat de minderjarige goed in staat werd geacht voor zichzelf op te komen. De rechtbank stelde de minderjarige schriftelijk op de hoogte van haar beslissing en benadrukte dat de GI verantwoordelijk blijft voor de woonplaats en dat de minderjarige voorlopig bij de pleegouders kan blijven totdat een geschikte plek wordt gevonden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de minderjarige niet-ontvankelijk in haar verzoek om verblijfplaats bij pleegouders te bepalen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.

Uitspraak

Rechtbank MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht, locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/601948/ FO RK 25/1363
Datum beschikking: 14 januari 2026
Informele rechtsingang
Beschikkingnaar aanleiding van de op 22 oktober 2025 ingekomen aanvraag van:
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
wonende in [plaats 1] ,
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ,
hierna: de pleegouders,
wonende in [plaats 1] ,
en
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd in [plaats 2] ,
hierna: de GI.
Als informant wordt aangemerkt:
Stichting Timon,
gevestigd in [plaats 3] ,
hierna: Timon.

1.Procedure

1.1.
De rechtbank heeft op 22 oktober 2025 een brief van [minderjarige] ontvangen. Op 18 november 2025 heeft [minderjarige] naar aanleiding van deze brief een gesprek gehad met de kinderrechter.
1.2.
Bij brief van 21 november 2025 heeft de rechtbank de GI en de pleegouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige] aan de rechtbank kenbaar te maken.
1.3.
Op 2 december 2025 heeft de rechtbank de zaak besproken tijdens de zitting. Hierbij zijn verschenen:
  • de pleegouders;
  • [A] en [B] namens de GI.
Aan het einde van de zitting werd duidelijk dat er nog informatie miste, ook zagen zowel partijen als de rechtbank meerwaarde in het uitnodigen van Timon, de stichting die een screeningsverslag heeft gemaakt over de pleegouders. De rechtbank heeft daarom besloten een nieuwe zitting te plannen.
1.4.
Op 19 december 2025 heeft de nieuwe zitting plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
  • de pleegouders (via een videoverbinding);
  • [C] en [B] namens de GI;
  • [D] en [E] namens Timon.
1.5.
De rechtbank heeft, naast de brief van [minderjarige] , de volgende documenten ontvangen:
  • het screeningsverslag van Timon over de pleegouders van 13 november 2025, overhandigd door de pleegouders tijdens de zitting van 2 december 2025;
  • een brief van [minderjarige] , overhandigd tijdens het kindgesprek van 18 november 2025;
  • een brief van de pleegouders van 1 december 2025;
  • een brief van de GI van 16 december 2025;
  • een brief van Timon van 16 december 2025;
  • een brief van [minderjarige] van 18 december 2025.

2.Feiten

2.1.
De GI heeft de voogdij over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft sinds de zomer van 2025 bij de pleegouders.

3.Aanvraag

[minderjarige] heeft de kinderrechter gevraagd om te bepalen dat zij bij de pleegouders mag blijven wonen. [minderjarige] heeft verteld dat zij zich veilig voelt bij de pleegouders.

4.Beoordeling

De situatie
4.1.
[minderjarige] heeft veel meegemaakt. [minderjarige] is op 30 december 2010 onder toezicht gesteld. Op 21 november 2012 is het gezamenlijk gezag van haar ouders beëindigd en heeft de vader alleen het gezag over [minderjarige] gekregen. De ondertoezichtstelling is vervolgens op 30 december 2012 geëindigd. Met haar moeder heeft [minderjarige] geen contact.
4.2.
[minderjarige] is vervolgens in september 2019 weer onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling heeft geduurd tot 25 september 2021. De vader van [minderjarige] is toen overleden en hierna is haar oom benoemd is als voogd van [minderjarige] . Vervolgens is [minderjarige] op 1 mei 2025 weer onder toezicht gesteld. Op 8 april 2025 heeft de GI, in plaats van de oom, de voogdij gekregen.
4.3.
Nadat de vader is overleden, heeft [minderjarige] op verschillende plekken gewoond. Zij heeft bij haar oom en tante, bij haar neef, bij crisisopvang [crisisopvang] en bij [F (voornaam)] en [G (voornaam)] (de opa en oma van haar vriend [H (voornaam)] , moederszijde) gewoond. Inmiddels verblijft [minderjarige] sinds de zomervakantie van 2025 bij de pleegouders, de andere opa en oma (dus vaderszijde) van haar vriend [H (voornaam)] .
4.4.
Op verzoek van de GI heeft Timon een screeningsonderzoek uitgevoerd bij de pleegouders. Het verslag van dit onderzoek is op 13 november 2025 naar de pleegouders gestuurd. In dit verslag is opgenomen dat Timon heeft besloten de pleegouders niet als netwerkpleeggezin te accepteren. Timon is van mening dat het voor [minderjarige] belangrijk is om ruimte te hebben om haar eigen identiteit te ontwikkelen op een neutrale plek, los van de invloed van haar schoonfamilie. Timon vindt dat [minderjarige] (te) sterk afhankelijk is van haar schoonfamilie en dat zij onvoldoende wordt gestimuleerd om haar eigen netwerk op te bouwen buiten haar vriend en zijn familie. Timon vindt dat de pleegouders onvoldoende op de hoogte zijn van de levensgeschiedenis van [minderjarige] en dat zij geen positieve contacten onderhouden met het netwerk van [minderjarige] (bijvoorbeeld niet met school). Ook staan de pleegouders volgens Timon onvoldoende open voor (meewerken aan) hulpverlening. Hoewel er sprake is van betrokkenheid en goede intenties, wegen de geconstateerde risico’s volgens Timon zwaar en kan Timon hierdoor de verantwoordelijkheid voor deze plaatsing niet dragen. De GI staat achter de conclusie van Timon is daarom op zoek naar een gezinshuis voor [minderjarige] in (de buurt van) [plaats 1] . Ook wordt er gekeken naar kamertrainingscentra. Omdat [minderjarige] inmiddels zeventien is, hoopt de GI wel dat het lukt om op korte termijn een geschikte plek voor [minderjarige] te vinden.
4.5.
De pleegouders vinden het in het belang van [minderjarige] dat zij bij de pleegouders kan blijven wonen. De pleegouders willen graag voor haar zorgen. Zij zien dat [minderjarige] zich fijn voelt in hun gezin en dat ze goed haar best doet op school. De pleegouders zijn het niet eens met de inhoud en de conclusie van het verslag. Zij vinden dat zij wél op de hoogte zijn van het leven van [minderjarige] , zij hebben bijvoorbeeld contact met [I (minderjarige)] , de maatschappelijk werker en met [J (voornaam)] , de mentor van [minderjarige] . De pleegouders hebben verder gemeld open te staan voor hulpverlening. Ook geven de pleegouders [minderjarige] de ruimte om af te spreken met vriendinnen.
Geen juridische mogelijkheden
4.6.
De GI heeft de voogdij over [minderjarige] . Deze voogdij duurt in principe totdat [minderjarige] achttien jaar is. Dat betekent dat de GI nu de belangrijke beslissingen over [minderjarige] neemt en daarbij ook verantwoordelijk is voor de verzorging, opvoeding en veiligheid van [minderjarige] . De GI bepaalt dus ook waar [minderjarige] woont.
4.7.
[minderjarige] wil dat de rechtbank bepaalt waar zij mag wonen. De rechtbank moet eerst beoordelen of zij daar een beslissing over mag nemen. De rechtbank mag namelijk alleen beslissingen nemen op basis van de wet. Dat betekent dat als er geen wetsartikel bestaat, dat zegt dat de rechtbank een beslissing mag nemen over een situatie, de rechtbank niets kan doen. In deze situatie is dat zo. De wet geeft geen mogelijkheden voor de rechtbank om een beslissing te nemen over de verblijfplaats van een kind dat onder voogdij staat. De algemene artikelen uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind die [minderjarige] heeft genoemd (artikel 3 en Pro 20), zijn niet voldoende concreet om een beslissing op te kunnen baseren. Ook op basis van artikel 4.1.1. van de Jeugdwet kan de rechtbank geen beslissing nemen over de woonplaats van [minderjarige] . Dit wetsartikel geeft namelijk alleen een opdracht aan de GI, er staat niet dat de rechtbank bevoegd is om een beslissing te nemen over de woonplaats van [minderjarige] .
4.8.
De conclusie dat de rechtbank geen inhoudelijke beslissing kan nemen over de aanvraag van [minderjarige] is in de ogen van de rechtbank onbevredigend. Het moet voor [minderjarige] ook teleurstellend zijn dat haar aanvraag niet tot een beslissing leidt. Daarmee zegt de rechtbank overigens niet dat zij zou hebben beslist dat [minderjarige] bij de pleegouders zou mogen blijven wonen. De rechtbank zou daarvoor namelijk eerst op een zorgvuldige manier de verschillende argumenten en belangen tegen elkaar moeten afwegen. Dat heeft de rechtbank nu niet kunnen doen omdat zij aan deze inhoudelijke beoordeling niet toe kan komen.
4.9.
De rechtbank heeft nog overwogen een bijzondere curator voor [minderjarige] te benoemen. Een bijzondere curator is een door de rechter aangewezen persoon die speciaal is benoemd om voor de belangen van het kind op te komen. De bijzondere curator kan vervolgens een advies geven aan de rechtbank. De rechtbank heeft uiteindelijk besloten niet over te gaan tot het benoemen van een bijzondere curator omdat zij daar geen meerwaarde in zag. De rechtbank vindt namelijk dat [minderjarige] goed in staat is om voor zichzelf op te komen. Bovendien kan ook de bijzondere curator er niet voor zorgen dat er een wettelijke grondslag is op basis waarvan de rechtbank een beslissing kan nemen over de verblijfplaats van [minderjarige] .
Gesprek tijdens de zitting
4.10.
Het enige wat de rechtbank voor [minderjarige] kon doen was kritische vragen stellen aan alle betrokkenen om helderheid te krijgen over haar situatie. [minderjarige] had namelijk zorgen over het feit dat zij ineens weg moest bij de pleegouders en ook dat zij buiten de regio zou moeten gaan wonen. De GI heeft tijdens de zitting benadrukt dat [minderjarige] daar niet bang voor hoeft te zijn. De GI zou [minderjarige] alleen direct overplaatsen als het pleeggezin acuut onveilig voor [minderjarige] zou zijn. Dat is volgens Timon niet het geval. Verder heeft de GI gemeld dat zij de mogelijke gezinshuizen of kamertrainingscentra steeds eerst aan [minderjarige] zal voorleggen. Daarbij wordt in beginsel ook alleen gezocht in de omgeving van de huidige school van [minderjarige] . Het is volgens de GI namelijk belangrijk dat [minderjarige] op haar huidige school kan blijven. De kinderrechter is dit met de GI eens.
4.11.
Tot slot heeft de GI gemeld dat zij, als het niet lukt om op korte termijn een geschikte plek te vinden voor [minderjarige] , over een aantal maanden de beslissing tot overplaatsing van [minderjarige] zal heroverwegen. Een overplaatsing van [minderjarige] heeft namelijk alleen zin als [minderjarige] daarvan kan profiteren en hiervoor is tijd nodig. Omdat [minderjarige] over een jaar achttien is, begint de tijd te dringen om nog profijt te kunnen hebben van een overplaatsing.
Brief aan [minderjarige]
4.12.
De rechtbank heeft [minderjarige] een brief gestuurd waarin zij uitlegt dat zij verder niets voor [minderjarige] kan doen. Hieronder volgt de tekst.
Beste [minderjarige] ,
Op 22 oktober 2025 heb jij mij een brief gestuurd waarin je vraagt om te bepalen dat je bij jouw pleegouders mag blijven wonen. Wij hebben elkaar vervolgens op 18 november 2025 gesproken op de rechtbank. Zoals je weet, is er daarna op zowel 2 december 2025 als op 19 december 2025 een zitting geweest bij de rechtbank.
Bij de laatste zitting waren jouw pleegouders, [C] en [B] (jouw voogden) namens de GI en [D] en [E] namens Timon aanwezig. Ik heb tijdens de zitting vragen gesteld aan Timon over het screeningsverslag. Ook heb ik vragen gesteld aan de voogden. Jouw pleegouders hebben nog een keer uitgelegd waarom zij het niet eens zijn met de conclusie van het screeningsonderzoek van Timon, namelijk dat jij niet bij hen kan blijven wonen. Tijdens de zitting heb ik verder uitgelegd waarom ik geen beslissing kan nemen over jouw verblijfplaats. Ik zal dat nu ook aan jou uitleggen.
De GI heeft de voogdij over jou. Dat betekent dat de GI de belangrijke beslissingen over jou neemt en daarbij ook verantwoordelijk is voor jouw verzorging, opvoeding en veiligheid. De GI bepaalt dus ook waar jij woont.
Ik mag alleen beslissen nemen op basis van de wet. Dat betekent dat als er geen wetsartikel bestaat dat zegt dat de rechtbank een beslissing mag nemen over een situatie, ik niets kan doen. In deze situatie is dat zo. De wet geeft geen mogelijkheden voor mij om een beslissing te nemen over de woonplaats van een kind dat onder voogdij staat. De algemene artikelen uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind die jij hebt genoemd (artikel 3 en Pro 20), zijn niet voldoende concreet om een beslissing op te kunnen baseren. Ook op basis van artikel 4.1.1. van de Jeugdwet kan ik geen beslissing nemen over jouw verblijfplaats. Dit wetsartikel geeft namelijk alleen een opdracht aan de GI, er staat niet in dat de rechtbank bevoegd is om een beslissing te nemen over jouw woonplek.
De conclusie dat ik geen beslissing kan nemen over jouw aanvraag vind ik teleurstellend. Ik had het jou gegund dat je een beslissing van de rechtbank kon krijgen. Daarmee zeg ik niet dat ik had beslist dat jij bij de pleegouders zou mogen blijven wonen. Daarvoor zou ik namelijk eerst op een zorgvuldige manier de verschillende argumenten en belangen tegen elkaar moeten afwegen. Dat heb ik nu niet kunnen doen omdat ik geen beslissing kan nemen volgens de wet.
Ik heb de zitting van 19 december 2025 gebruikt om kritische vragen te stellen en om helderheid te krijgen over jouw situatie. Ik heb gemeld dat jij zorgen hebt over het feit dat je ineens weg moet bij jouw pleegouders en ook dat je bang bent om opeens buiten de regio te moeten wonen. De GI heeft tijdens de zitting benadrukt dat jij daar niet bang voor hoeft te zijn. Als de GI een plek vindt die zij voor jou geschikt vindt, dan zullen zij dit eerst met jou bespreken. Verder gaat de GI in principe op zoek naar een gezinshuis of een kamertrainingscentrum in de buurt. Ze vindt het namelijk belangrijk dat jij op jouw school kan blijven. Dat ben ik met de GI eens. Totdat er een geschikte plek gevonden is en jij daar echt geplaatst kan worden, blijf jij bij je pleegouders wonen. De GI heeft gezegd dat zij, als het niet lukt om op korte termijn een geschikte plek voor jou te vinden, nog een keer gaan nadenken over de noodzaak van jouw overplaatsing. Een overplaatsing heeft namelijk alleen zin als jij daar lang genoeg kunt wonen om er ook dingen te kunnen leren. Omdat jij binnen een jaar achttien wordt, begint de tijd wel te dringen.
Tot slot heb ik overwogen om een bijzondere curator voor jou te benoemen. Een bijzondere curator is een door de rechter aangewezen persoon die speciaal is benoemd om voor de belangen van een kind op te komen. De bijzondere curator kan vervolgens een advies geven aan de rechter. Ik heb uiteindelijk besloten om dit niet te doen omdat ik niet denk dat dat kan helpen of iets kan veranderen. Ik vind namelijk dat jij goed in staat bent om voor jezelf op te komen, jij hebt mij ook heel duidelijk verteld wat jij wel of niet wil. Bovendien kan de bijzondere curator er ook niet voor zorgen dat er opeens wel een wet is op basis waarvan de rechtbank wel een beslissing kan nemen over jouw verblijfplaats.
Ik hoop dat ik je hiermee duidelijk hebt uitgelegd dat ik niets meer voor jou kan doen dan wat nu gedaan is. Ik snap dat dat voor jou teleurstellend is. Hopelijk verloopt aankomend jaar voor jou op een fijne manier. Ik wil je nog een compliment maken voor jouw doorzettingsvermogen en dat je zo gemotiveerd bent voor school. De situatie zal voor jou namelijk niet makkelijk zijn met al deze onrust en ik vind het knap dat je dat allemaal zo goed doet.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daarbij juridische termen.

5.Beslissing

De rechtbank verklaart [minderjarige] niet-ontvankelijk in haar aanvraag.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter in samenwerking met mr. L.N, van Oostveen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.