Eiseres, Brilmij Groep B.V., heeft een verzoek om herbeoordeling ingediend bij het UWV op 27 maart 2025. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn een beslissing genomen, wat ook door verweerder is erkend. Eiseres heeft vervolgens op 12 februari 2026 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 15 oktober 2025 heeft ontvangen en sindsdien de wettelijke termijn van twee weken is verstreken zonder besluit. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, bepaalt de rechtbank een redelijke beslistermijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot betaling van het griffierecht van € 397,- en een proceskostenvergoeding van € 467,- aan eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.