Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, maar verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is daarom gegrond verklaard.
De rechtbank verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn als realistisch beschouwt. Voor deze zaak betekent dit dat verweerder uiterlijk op 27 januari 2027 een besluit op bezwaar moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.