ECLI:NL:RBMNE:2026:2650
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 8 mei 2025 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft de beslistermijn overschreden en is op 13 januari 2026 in gebreke gesteld. Eiseres diende vervolgens tijdig beroep in.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn is verstreken en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn, in dit geval tot uiterlijk 5 november 2026.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken, wordt de dwangsom vastgesteld op €1.442. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€467) en het betaalde griffierecht (€54). Verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit op bezwaar te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen de gestelde termijn een besluit te nemen en een dwangsom te betalen.